Versterking van de kerk

De kerk versterkt?

De Nationaal Coördinator Groningen (NCG) doet sinds enige tijd ook onderzoek naar de noodzaak van versteviging van kerkgebouwen. Daarbij staat de veiligheid van de gebruikers voorop, zoals bij woonhuizen die van de bewoners. Evenals bij de woonhuizen kun je sceptisch opmerken dat er tot nu toe nog niemand door een vallende steen of anderszins is getroffen. Dit neemt niet weg dat het goed is om ten minste na te denken over de veiligheid van de gebouwen in het onverhoopte geval van een zwaardere beving. Daarbij komt dat we als kerkgemeenschap verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van de gebruikers van het gebouw waarvan we eigenaar zijn.
Vanaf oktober 2023 zijn we, samen met onze bouwkundige Erwin van der Veen vaan DAAD architecten, over deze kwestie in gesprek met de ‘programmamanager erfgoed’ van de NCG, de heer Bert Vruggink. Hij liet weten dat uit een voorlopig onderzoek was gebleken dat het bij de versterking van de monumentale kerken voornamelijk zou gaan over de staat van de gewelven en over de vraag op welke manier die het best kunnen worden versterkt als dat nodig mocht zijn. Omdat de kerken rijksmonument zijn is ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed hierbij betrokken. Deze dienst heeft een lijst opgesteld van zestien kerken met gewelven in het aardbevingsgebied, waaronder die van ons. In eerste instantie worden naast onze kerk, die immers midden in het epicentrum ligt van de zwaarste beving tot nu toe, ook de kerken van Westeremden, Leermens en Westerwijtwerd onderzocht.
Er zijn sindsdien diverse onderzoeken uitgevoerd, waarvan ik de details hier maar achterwege laat, ook al omdat ze nogal technisch van aard zijn en ik ongetwijfeld fouten zou maken als ze probeer weer te geven.

Dat de zaak breed wordt aangepakt bleek wel op 8 januari jongstleden, toen zich een groep (door Reint aangeduid als peloton) deskundigen in de kerk meldde om de toestand ter plaatse te bekijken. Als ik het goed heb onthouden waren er vertegenwoordigers (deskundigen en constructeurs) van/namens de NCG, BORG (een bundeling van bouwkundige experts), de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, LIBAU (leefomgeving en cultureel erfgoed), de Stichting Groninger Kerken en van de (Italiaanse!) StudioCalvi (heeft uitvoerig gerapporteerd over onder meer onze kerk).

De eerste rapporten van Calvi gingen vooral over de gewelven (koepels) en de (on)mogelijkheden om die te versterken. Tijdens de bijeenkomst bleek dat dit inmiddels is achterhaald. Nader onderzoek wees uit dat vooral de gemetselde gewelfbogen versterkt zouden moeten worden: een veel minder ingrijpende oplossing. Het gaat kort gezegd om het boren van diepe ongeveer 1 cm. ronde gaten, die gevuld worden met versterkend materiaal. Er werd bekeken of dat van onderaf zou kunnen (dus in de kerk) of wellicht ook van bovenaf. Dit zal nog nader worden onderzocht. Wordt vervolgd…

Van meerdere kanten kregen we hartversterkende complimenten over de staat van de kerk en het kerkhof!

Dick Jalink

Oaventuren in de Stadsschouwburg

Het jaar loopt op z’n einde en ik loop, kuier op de laatste dagen op mijn slofjes de stad door, onderweg naar de Stadsschouwburg. Stap ruim op tijd het monumentale zang- en toneelhuis binnen en bedenk dat dit prachtige theater uit 1883, vijftig jaar geleden bijna afgebroken zou worden omdat onderhoud -ook toen- minder sexy is dan nieuwbouw. Wat een geluk om hier op deze plaats, in deze akoestiek van verstilde muziek en Grunneger teksten te kunnen genieten. Even op oaventuur komen, luisteren naar de buurvrouw van de kerk, Marlene Bakker.

Zittende halverwege rij drie overzie ik het mensverlaten podium voor me. Het beeld staat op mijn netvlies gegrift. Vanuit mijn gezichtsveld ziet ademt het bijna intimiderend, drie grote stagemonitoren, een licht aan stemmigheid, grenzend aan grimmigheid. Harde percussie, gierende gitaren en een dramatische Nord Stage in het verschiet? Later, bij beter zicht zie ik toch nog een geruststellend element van lichtheid: een vleugel. Maar toch, die stagemonitoren (om zang zelf te verstaan) doet me ‘ergens in de verte’ denken aan een voorstelling van Youp van ’t Hek uit 1994, daar zijn het gifvaten, gedumpt in een bunker -als u ze maar niet op zondag brengt- giftig zwerfafval, het bleek -dertig jaar nadien- het beste van Youp te zijn geweest. Verbeelden die vaten, onze levenssoep van later in dit verslag?

Maar dan, Marlene neemt ons mee -een volle schouwburg- haar oaventuren vol luisterliedjes in. Te beginnen met ‘Waarkhanden’ dij heur plougend in t laand van kunsten, op dit podium brocht het. Ik luister, verwonder mij over de prachtige uitgebalanceerde mix tussen percussie, akoestisch- en electrisch gitaarspel en de vocalen die m’n trommelvliezen strelen. Niets overheerst, oordoppen kunnen gerust in de tas blijven, een weldaad voor het aandachtig luisterend gehoor om me heen.

Mooi hoe Marlene ruimte schept aan instrumentalisten door tijdens solopartijen, achterin de diepte van het podium te verkennen en dansend de muziek instapt om daarna voorop het podium in de microfoon te kruipen en met haar bijzondere, gelaagde stem een volle zaal mee te nemen haar intieme liedteksten in. Een wiegeliedje -met gesloten ogen hoor je immers meer- ik dommel even, een applaus wekt me verschrikt wakker. ‘Zolaank’, tot wie der nait meer binnen, klinkt klein, teer, teder. Het blazerstrio op de achtergrond geeft een lied als ‘stain’ nog meer stevigheid dan wat er aan body in stenen zit. Live klinkt het allemaal zoveel beter dan de -toch ook- warme klanken van de langspeelplaat hier op de speler. Buiten de stainen van de stadschouwburg is het guur en koud. ‘Wat is der loos?’ Een uptempolied klinkt. De samenleving ademt rumoer en kilte, maar gelukkig worden we onder gedoofd licht nog even een moment vastgehouden de warmte in van een volksverhaal onder kaarslicht. Marlene leest nog een verbindend verhaal (uit Reints bibliotheek) over het leven dat als een geweven kleed, nooit af is omdat er altijd losse eindjes zijn. Omdat je de draad weleens kwijt bent. En met dat draad ontstaan dan zomaar nieuwe patronen van verbinding. Het verhaal gáát: een oude vrouw in een grot, gaande met monnikenwerk, een kleed met rauwe rafels, als het leven zelf. Omdat dingen nu eenmaal uitelkaar dreigen te vallen. Noem het polarisatie, niet meer factchecken, onderbuik of Faber.

Tegelijkertijd, op een afstandje in die grot gloeit het levensvuur, vuur dat de oude vrouw verwarmt, maar ook daarboven een ijzeren ketel vol soep met toevoegingen en ingrediënten die de levenssoep de moeite waard maken, zoals dat kleine momentje van vreugde, een ontmoeting, een vriendschap. Vuur dat nooit meer dooft… Wèl blijven roeren in een wereld die snel aangebrand is: noem het klimaatverandering, korte, verhitte lontjes. Roeren en weven, dat wat los zit helen, draadjes verbinden van mensen wanneer het leven gewond maakt, of als er een steekje aan mij los zit. Er is naast die vrouw nòg een bewoner die in de grot leeft, een grote zwarte kraai. Als de vrouw opstaat van haar weefwerk om door de soep te roeren, gaat de kraai voor het weefkleed zitten en pikt, pikt en pikt draad voor draad  tot de vrouw terugkeert naar het kleed en de kraai ergens in een hoekje gaat uitrusten van zijn werk. De vrouw pakt de draad weer op en er is geen teleurstelling of woede, maar er ontstaat nieuw werk, omdat weven en scheppen altijd doorgaat. Van Scheppen en vannijs Scheppen, ook al is onze levensdraad versleten en hangt het aan een zijden draadje wachtend op die kraai die leed komt aanzeggen door het leven af te pikken. De vrouw en de kraai weten zich tot elkaar verbonden. Zodra de vrouw opstaat om te roeren vliegt de kraai tevoorschijn. Ze weten dat mocht het weefsel ooit klaar zijn, in al zijn perfectie zou zijn… Dan zal de wereld aan zijn einde komen, dan is immers de levensdraad op. Daarom weeft de vrouw en spint daar garen bij, zodat er nieuwe patronen, een nieuw, ander kleed ontstaat, door alle tijdstijden heen.

Ook wij breien voort en roeren in onze soep van leven om er geen aangebrande wereld van te krijgen. Maar tegelijkertijd zien we het journaal. Wij zijn zelf die vrouw en kraai en maken er soms, ongewenst een aangebrande soepzooi van, in ons eigen kleine wereldje van zijn.

Terwijl ik nu door de gebrouwen soep roer, en deze opsoupeer, dank ik Marlene, band en blazers voor de fantastische avond en brei er geloof ik maar een einde aan.

Hinrick Klugkist

Muur- en gewelfschilderingen, Reint Wobbes in Noordbroek

Geregeld ga ik naar Noordbroek, waar de vier dames van Bouwhuis en Journee de schilderingen restaureren wat ze ook in Huizinge deden. De forse kruiskerk daar stamt uit de eerste helft van de 14e eeuw. Schip en dwarspand zijn laatromaans, het koor ook, maar vertoont reeds de gotische vormentaal. Aan de straat staat een vrijstaande klokkentoren die ook de toegang tot het kerkhof was.
Het gebouw is binnen geheel in steen overkluisd met meloenvormige gewelven zoals in Huizinge.

Zijn de schilderingen in Huizinge op een hoogte van 11.20 meter aangebracht die te Noordbroek bevinden zich plm. 20 meter boven de vloer.

Omdat er soms voorstellingen tevoorschijn komen die vragen oproepen, nam ik de laatste keer architectuurhistoricus Kees van der Ploeg mee, om ook zijn mening te horen. Wij bewonderen de dames om hun grote vakkennis en zij waarderen ons om onze kennis van de kerken in het Waddenkustgebied. De schilderingen op gewelven en wanden in Noordbroek bestrijken een periode van drie eeuwen: de oudste stammen uit de bouwtijd de jongste uit 1599.
Te zien zijn o.a. De Wonderbare Visvangst. Kroning van Maria, Doop in de Jordaan, Man van Smarten, Christoforus en diverse andere heiligen.
Er wordt nu gewerkt aan de voorstelling van het Laatste Oordeel. In Groningen zijn in acht kerken dergelijke voorstellingen te zien, vaak fragmentarisch, maar in Noordbroek, Huizinge en Middelstum zijn ze nagenoeg compleet bewaard gebleven. In eerstgenoemde kerken zijn ze omstreeks 1470 aangebracht, die in Middelstum rond 1550 in renaissancestijl naar een voorbeeld Albrecht Dürer, de Duitse kunstschilder wiens tekeningen houtsneden en kopergravures in heel West-Europa verspreid werden.

Noordbroek; Laatste Oordeel en in de koorsluiting Christus als Man van Smarten

In de meest ontwikkelde vorm bestaat de voorstelling uit drie onderdelen. In het midden is Christus gezeten op de regenboog met de wereldbol onder zijn voeten. Hij toont de wonden in handen, voeten en zijde. Uit zijn mond komen een zwaard en een lelietak, attributen die staan voor gerechtigheid en barmhartigheid, want hij spreekt recht. Ook zijn er engelen blazend op bazuinen. Aan Christus’ rechterzijde de hemel met Maria en soms Petrus. Ter linkerzijde van Christus is de hel, vaak voorgesteld als een opengesperde muil.

Tussen Christus en de hel staat Johannes de Doper. Doden staan op uit hun graven, en soms is er de aartsengel Michael, die de zielen weegt. Engelen begeleiden degenen die niet te licht zijn bevonden hemelwaarts, waar ze door Petrus worden verwelkomd. Verdoemden worden hellewaarts gedreven waar ze door duivels worden gekweld. In Huizinge en Noordbroek, waar de schilderingen uit de gotiek stammen, is de hemel afgebeeld als een torenachtig gebouw, als het huis met de vele woningen en hel als de hellemuil, de Leviathan. In Middelstum zijn zowel de hemel en de hel burchtachtige gebouwen, De Stad Gods met de gouden straten en de zondige stad Babel, de Hoer van Babylon. De zitplaats van Christus op de regenboog en de wereldbol onder zijn voeten zijn ontleend aan Genesis 9:13 en aan Jesaja 66:1 De hemel is mijn troon en de aarde de voetbank mijner voeten.

De oudste voorstellingen van Christus in onze kerken zijn die van de Majestas Domini, de Majesteit des Heren, zoals die nog vaag te zien is in de gewelfschotel in het koorgewelf in Huizinge.

In de voorstelling van het Laatste Oordeel heeft wat de Christusfiguur betreft ook verwantschap met de Majestas Domini daar hij zijn rechterhand heeft geheven in het spreekgebaar met twee gestrekte vingers. Later misschien aan het einde van de 13e eeuw wordt men zich meer bewust van het lijden van Christus en toont Hij zijn doorboorde handen voeten en zijde, de lijdende Christus. Ook een andere voorstelling wordt geleidelijk aan in Het Laatste Oordeel opgenomen die van de Deësis, Christus geflankeerd door Maria en Johannes de Doper, de belangrijkste vertegenwoordigers van alle heiligen die voorbede doen voor hen die het oordeel wacht.

Laatste Oordeel met een
stevig uitgevoerde Johannes de Doper                            

Nooit zag ik de schilderingen in Noordbroek van zo   dichtbij, het is interessant ze te vergelijken met die in Huizinge. Het Laatste Oordeel in Noordbroek is uitgebreider dan in Huizinge, maar wat hel en hemel betreft zijn ze bij ons beter bewaard. Mijn respect voor de vakbekwaamheid van de dames van Bouwhuis en Journee groeit nog steeds. Als u nog nooit het ensemble van kerk met beroemd orgel, kerkhof, leerhuisje en pastorie met Engelse landschapstuin te Noordbroek hebt gezien mist u meer dan zomaar een kerk.

Reint Wobbes 2025

Nuance

Al zo lang ik leef voel ik me iemand van het midden. Ik kan soms heel blij zijn en ook wel eens de pest in hebben, maar over het algemeen zijn de emoties redelijk onder controle. Daar voel ik me dan best schuldig over, indachtig het woord van Johannes in Openbaring waarin hij mensen veroordeelt die noch warm, noch koud zijn, maar lauw. In hedendaags taalgebruik zou je zo’n houding kunnen omschrijven als conflict mijden. Het gekke is dat dat enigszins negatief klinkt, terwijl ik toch vind dat er weinig mis is met het voorkomen van ruzie. Met de woorden van Paulus (in Romeinen 12,18): “Houdt, voor zover het aan u ligt, vrede met alle mensen.” “Maar als je altijd maar de lieve vrede wil bewaren lopen mensen zomaar over je heen”, hoor ik dan. En dat is ook weer waar. Overigens, als genuanceerde jongen heb ik heus wel mijn emoties. Ik kan ontzettend ontroerd raken van mooie muziek. En dat gebeurt best vaak. Niet zoals die mensen in ‘De beste zangers’ (wie bedenkt zo’n arrogante eigenwijze titel?), die in huilen uitbarsten zodra ze een liedje van zichzelf horen dat door iemand anders wordt gezongen. Dat heeft volgens mij meer met ego te maken dan met ontroering. Of zo’n jurymevrouw van het EO-programma ‘Zing!’, die wel héél snel geroerd wordt door een koor of zanggroep, en die dat dan ook nog eens, wijzend op haar kennelijk gekippenvelde arm, aan ons als kijkers wil laten zien.  Het programma viel me niet mee, weinig opwindende muziek, veel getuttebel, een immer glimlachende presentatrice en een jury (waarin niet eens een echte koordirigent zit!), die het vooral niet heeft over de muzikale basisvaardigheden als gewoon mooi zuiver kunnende zingen… Ook bijzonder trouwens: regelmatig zag je juryleden enthousiast meezingen met de deelnemende zanggroepen. Vreemd. Een scheidsrechter bij een voetbalwedstrijd blijft toch ook van de bal af. En daarnaast is het ook knap lastig om te beoordelen wat je hoort als je zelf meedoet. Bij onze cantorij missen we wel eens wat mensen, en dan zing ik met de bassen mee. En ik zing graag, maar hoor dan lang niet elke nuance in de rest van het koor. We zijn een nieuw jaar begonnen. In het begin van dit verhaal viel de term conflict mijden. Dat is van veel wereldleiders niet bepaald de meest in het oog springende eigenschap. Poetin blijft maar doorgaan, en ook Netanyahu weet van geen ophouden. In ons eigen land komen meningen steeds steviger tegenover elkaar te staan en wordt elke mening of elk argument dat iemand te berde brengt met grove tegenargumenten beantwoord, al dan niet vergezeld van hevige bedreigingen. Zelfs een onschuldig vermaak als de keuze van ‘het-woord-van-het-jaar’ geeft aanleiding tot verhitte debatten en wordt in arren moede maar afgelast. In verband met de internationale situatie wordt ons aangeraden een overlevingspakket aan te schaffen voor het geval essentiële zaken als energie en water uitvallen of worden gesaboteerd. Je kunt je, al tientallen jaren levend in vrede en welvaart, haast niet voorstellen dat het nog eens zover gaat komen, maar het zijn onzekere tijden. Terugkomend op Johannes én Paulus zou je wensen dat de wereldleiders wat lauwer zouden zijn. Dat ze een wat kleiner ego zouden hebben, wat minder met ‘ik’ bezig zouden zijn, maar wat meer met ‘wij’, met elkaar, kortom, met meer nuance.

Brengt me op een goede wens voor 2025: Laten we hopen op een gelukkig en vooral genuanceerd nieuwjaar!

Kees Steketee

Twee keer oordoppen…

Bescherming

Het ging op de radio over het Amsterdam Dance Event, kortweg ADE. Niet direct een ding voor mensen van mijn (en, geachte lezer, wellicht uw…) generatie. Er wordt met tienduizenden tegelijk feest gevierd, en men gaat behoorlijk uit het dak, daarbij geholpen door de enorme hoeveelheid drugs die rondgaat (een paar jaar geleden ging het om een omzet van vijf miljoen euro) en natuurlijk de muziek, en dan met name het volume daarvan.
We hebben het over een constante beat die je, naar het schijnt, niet alleen moet horen, maar die je, volgens een deejay die er verstand van had, ook moet kunnen voelen. Het probleem daarbij is dat het, ook als het al best goed hoorbaar is, nog een stuk harder moet om het ook echt te kunnen voelen. “De bassen moeten in je ingewanden trillen,” aldus de deejay, zelf in het bezit van luxe oordopjes.

Ikzelf hou van een stevige bas, vooral als die het fundament is van mooie harmonieën. Maar bij de muziek op het ADE is daar geen sprake van. Het is een soort doordenderen op een zich voortdurend herhalende puls, die je zou kunnen vergelijken met een eindeloos draaiende dieselmotor. Ik begrijp de lol ervan niet.
De organisatie gaat dit jaar iets doen aan die herrie. Niet dat ze het bij de bron aanpakken, en de muziek wat zachter zetten, nee, men probeert de bezoekers ervan te overtuigen toch vooral oordopjes te dragen. Want het is duidelijk dat de grote hoeveelheid decibellen die blijkbaar onvermijdelijk uit de luidsprekers moeten komen erg slecht zijn voor ons gehoor. Je kan zo maar gehoorbeschadiging oplopen. Dat kan een tijdelijke piep in het oor zijn (in mijn jeugd had ik die regelmatig in het weekend, na een bezoek aan een live popconcert in Renesse van Ekseption of de groep Titanic, met hun hit Sultana, wie kent ze nog…) maar als je pech hebt gaat die piep niet meer weg, en heb je dus last van tinnitus.

In de studio bij de deejay zat ook een oorlogsverslaggever, net terug uit het Midden-Oosten. Ook hij had persoonlijk aangemeten oordopjes, maar dat was om zijn gehoor te beschermen tegen heel andere geluiden. Ikzelf draag zo’n koptelefoonachtige gehoorbescherming als ik met mijn elektrische zaag in de weer ben, maar ook als ik assisteer bij het orgelstemmen in Huizinge. Dat vond ik eerst ook wat vreemd; bij het stemmen gaat het om de zuiverheid van de pijpen, dan moet je toch heel precies horen hoe ze klinken. Maar die kleine pijpjes van de Mixtuur, die zorgen voor de mooie zilveren top op het orgelgeluid, en ook die van de Cornet, klinken wel héél hard als je er, met de orgelkast open, vlakbij zit, vandaar. De stemmer zelf heeft ook oordopjes.

Maar het blijft in mijn ogen bizar, dat je op een evenement als het ADE kennelijk beschermd moet worden tegen juist datgene waar dat evenement om draait: de muziek. Volgens mij deugt er dan iets niet. Het zou toch ook heel vreemd zijn (ik gebruikte het voorbeeld vaker) als we een zonnebril zouden moeten opzetten om de kleuren van een mooi schilderij veilig te kunnen bekijken?
We rijden in het dorp 50 kilometer per uur. Als dat gevaarlijk wordt omdat het steeds drukker wordt, pakken we het probleem wél bij de bron aan: we maken er 30 van. Het zou toch heel raar zijn als we de voetgangers maar zouden adviseren zich met een helm te beschermen tegen die onverantwoord rijdende automobilisten…

Kees Steketee

Naar de kerk in Amerika

Het is goed om soms even helemaal uit je eigen bubbel te gaan om er daarna achter te komen waarom je eigenlijk in die bubbel bent.

In mijn geval gebeurde dat eind september toen ik een week naar Amerika ging voor familiebezoek. In de staat Tennessee woont de zus van mijn vader. Ze is bijna 90 en we hebben veel contact via de telefoon, maar elkaar zien en vasthouden was het doel van deze reis. Met haar leeftijd is tijd kostbaar. Ze woont nog met haar man en sinds kort naast het gezin van hun dochter.
Ik bezoek tante met tussenpozen van jaren en als ik bij haar ben, praten we vooral over ons leven, haar geschiedenis en onze familie in Nederland.
Gesprekken met een groot glas wijn erbij en alle tijd.
Door de afslagen in mijn tantes leven is ze terecht gekomen in de conservatieve hoek van Amerika, zowel politiek als religieus. Voor mij is dat altijd laveren tussen oprecht blijven over mijn links gedachtengoed  met een  ‘niet weten’ als religieuze levenshouding en daarnaast tante en familie in hun waarde laten. Discussie is eigenlijk niet mogelijk en de polarisatie zoals die momenteel  in de wereld is, ervaar ik daar op huiskamerniveau. De balans is dat we allebei zeggen wat we vinden en het daarbij laten. We houden veel van elkaar.

We gingen met elkaar naar de kerk. Door mijn kerkgang vanaf 2023 in Huizinge was de familie hoopvol gestemd dat we op dat punt dichter bij elkaar waren gekomen maar toen ze na vragen hoorden dat mijn Bijbellezen en bidden nog niet het echte niveau had bereikt van een oprecht gelovige was die verwachting snel ter ziele. Overigens keek tante wel met enige heimwee online naar de kerk van Huizinge en hoorde het orgelspel met ontroering aan. Dat miste ze.
Maar goed… ik ging zo open minded mogelijk met de familie mee naar één van de 110 kerken in de plaats waar ze woonde. Een kerk ‘waar iedereen welkom is en je kon komen zoals je bent want niemand is perfect en God is goed’, een zijtak van de Baptisten.
We kwamen aan bij een gebouw dat op een distributiecentrum leek maar… het was de kerk gecombineerd met een sporthal. De ontvangst was dan ook in het sportgedeelte en daar hadden ze koffie die je kon meenemen in de kerk.
Bij de ingang van de kerk stond een doos met oordoppen, iets wat mij verbaasde want we kwamen toch om iets te horen. Wat bleek, de muziek was daar iets anders dan in Huizinge, met microfoon, versterkers en popachtige opwekkingsliederen die luid uit de boxen kwamen… vandaar die doppen.
De zaal zelf was vergelijkbaar met een bioscoopzaal. Op een enorm doek werden de teksten en afbeeldingen via een soort powerpoint geprojecteerd.
Geen ‘papierverspilling’ dus zoals in Huizinge, alhoewel de energie van zo’n beeldscherm ook wat zal kosten. Je kon in een klein zwembad à la minute worden gedoopt, wat meteen op het beeldscherm te zien was.
Iedereen was ontzettend aardig en het sociale aspect  heel groot.
Maar… wat voelde ik mij leeg worden en ik werd me weer zo bewust dat juist de combinatie van de schoonheid van omgeving, van woorden en muziek, de ruimte van denkbeelden als voedsel voor mijn ziel zijn. Ik besefte heel goed dat Huizinge een bubbel is, maar ook waarom ik er ben.
Maar… voor mijn familie is hun kerk dat ook. Het was weer laveren in antwoorden toen ze vroegen hoe ik het vond.

Toen ik naar huis ging, gaf tante mij iets mee, de trouwbijbel van haar ouders. Als aanmoediging om weer in de bijbel te gaan lezen? Ze gaf er geen antwoord op toen ik het vroeg.

Er zijn momenten in het leven dat je oordoppen in wilt doen  en soms moet je ze uit laten.

Aria Hoogendoorn

24 november, Eeuwigheidszondag

Een speciale zondag, waarop we stilstaan bij wie ons ontvallen zijn. Ook daarvoor zijn we kerk. We noemen hun namen, en er wordt een kaars voor ieder van hen aangestoken.
Zo gedenken wij wie ons lief waren, wie we missen, soms al heel lang, soms nog maar pas.

Net als de afgelopen jaren zal de ouderling van dienst de kaarsen voor u aansteken.
Op een verzoek vanuit de gemeente mag de nabestaande van iemand die het afgelopen kerkelijk jaar (dus vanaf eind november 2023) is overleden zelf de kaars aansteken.
Dus als u mij de namen die u genoemd wilt hebben doorgeeft, vermeld dan alstublieft ook de datum van overlijden.

Deze keer zal de overdenking gaan over een tekst uit Prediker en een tekst uit Jesaja. Wat ze gemeen hebben, is dat het in beiden over een kringloop gaat. Kunnen en willen wij leven en sterven ook als een kringloop zien?

De Johannes de Dopercantorij zal haar medewerking verlenen aan deze dienst.

De diaconie zal een bedrag overmaken naar een bijzonder doel, de Bedside Singers:
Dit zijn vrijwilligers die zingen voor mensen die in hun laatste levensfase verkeren, in een hospice, verpleeghuis, ziekenhuis of thuis. Muziek voor de ziel op reis. 

Iedereen is van harte welkom in deze dienst, dus kent u iemand die misschien ook een overledene wil gedenken, nodig hem of haar vooral uit.

Graag de naam van uw dierbare doorgeven aan mij, per app, mail of telefoon, voor 15 november als dat lukt.

Hartelijke groet,
Barbara
barbaradebeaufort@gmail.com
06-48 96 85 70

Dankdienst voor gewas en arbeid – een terugblik

Het is een week geleden als ik Grietje de afkondigingen hoor afkondigen: ‘Komende woensdag, 6 november, is het dankdag voor gewas en arbeid’. O, dan moet ik nog even proberen een werkwissel te ritselen, wat dankzij een welwillende collega middels een appje opgelost is, en in dank wordt aanvaard. Het is een katerige woensdagochtend, ik zoek naar m’n handschoenen, ongevonden. Liggen die wellicht nog op het koor in Huizinge? Besluit maar even lijn 61 te nemen. Stap in en zie hoe nog voor Kardinge, een taxi een tesla meer dan innig kust. Moet dat nou, op de vroege morgen zo obsceen op straat? We staan stil, maar stil is het niet. De tesladame komt uithuilen in de bus, waar twee UMCG-verpleegsters troostend zeggen ‘ach mevrouw, het is maar blik’. Ik probeer m’n gezicht in de plooi te houden dit ogenblik en blik terug op het moment dat mijn broertje ooit met de fiets gevallen was, met een gescheurde broek aan komt rijden en mijn vader hem ziet hem aankomen en begroet met de woorden ‘fiets stuk?’ Na vijfentwintig minuten bussen we verder richting trein waarvan de achterlichten al in De Westereen zijn. Ik app de schoonmaakster of zij het monumentale gebouw om acht uur wil openen. Aan de arbeid, maar het gewas ervan zie ik niet altijd groeien, het blijkt later aan de thematiek van de overdenking van Barbara te raken tijdens de dankdienst voor gewas en arbeid.

Dankbaar zijn voor de natuur die we ongemerkt onbedoeld tergen, of soms willens en wetens voor eigen gewin. Dankavond voor wat ons in het leven tegemoet bloeit, om niet. Zo denken er velen over, het koor is vol. Vol dankbare gezichten, gerechten uitgestald op weelderige schalen en borden. Ik schuif laat aan en zie uit m’n ooghoek scheef, schoof liggen. Een extraparlementaire preek straks? Heb wat Tom en Jerry-ijs meegenomen, koud krijg je het immers van die verkiezingsuitslag aan de overkant van de plas, die me vanmorgen vroeg aan het ontbijt koud op de maag viel. Weer vier jaar een kat & muisspel van gespierde taal zonder mildheid of medemenselijkheid. Een thriller van navelstaarderij, hekken en grenzen. Het was voor mij een Gechazi-moment, het ontwaken met die verkiezingsuitslag die als een huidvraat over de wereld jeukt. Huidvraat, de vraatzucht van de mens op de huid van de aarde. Een catastrofale overtreffing van het meer liefdevolle woord huidhonger. Hoor Barbara spreken over dankdag: hoe houden we het uit dankbaar te zijn zonder iets terug te kunnen en hoeven doen? Dankbaarheid, uitsprekend ook tijdens perioden van mineur, in aanvaarding hoe het leven nu eenmaal ook leeft terwijl het je tegelijkertijd bij de voeten afsterft. De rondgang zaait digitaal iets voor Zaadgoed, mooi om te zien hoe de diaconie haar inzameling afstemt met de thematiek van de dienst.

Bij het verlaten van het koor gaan we het schip in, de wereld in. Maar niet zonder appeltje voor de dorst, zonder die rijke oogst in potjes, in woorden, muziek en in het gemeentezijn tot me heb genomen.

Dank, voor elkaar.

Hinrick Klugkist

Allerzielen in Huizinge

Afgelopen zaterdag 2 november was het Allerzielen. De dag waarop we onze overleden dierbaren herdenken. Ook in Huizinge was er weer een bijeenkomst. Het is inmiddels een mooie traditie geworden in ons dorp.

Om kwart over vijf verzamelden zich ongeveer 35 mensen bij de kerk. In de kerk stonden de lichtjes al klaar op de oude draagbaar en op een kar. Iedereen die dat wilde kon een lichtje pakken en daarna vertrokken we naar de begraafplaats. De draagbaar en de kar met lichtjes voorop en alle mensen daarachter. Een prachtig gezicht in het steeds donker wordende landschap.

Op de begraafplaats aangekomen werden alle lichtjes op de graven gezet. Steeds lichter werd het op de graven en steeds donkerder de omgeving. Een indrukwekkend gezicht. Overal zag je groepjes mensen staan te praten en herinneringen op te halen.

Voor mij persoonlijk is het altijd een prachtig en betekenisvol gebeuren. Er liggen op deze begraafplaats vele familieleden van mij begraven. Mijn over-Opa en -Oma, beide Opa’s en Oma’s, mijn ouders en oudste, stil geboren zusje. Bijna alle ooms en tantes van mijn vaders kant, een oom en tante van moeders kant, en een paar neven. Verder natuurlijk dorpsgenoten die je allemaal hebt gekend.

Na afloop van de lichtjesceremonie konden we in t Ol Schoultje nog napraten met een kop koffie/thee en een Pleverkouk (Eierkoek). Daarna was er nog een kop snert met roggebrood met spek voor de liefhebbers. Velen lieten zich dat goed smaken.

Deze hele Allerzielen-viering wordt altijd georganiseerd door enkele vrijwilligers uit het dorp. Heel hartelijk dank daarvoor!

Het is mooi om zo bij elkaar te komen en te gedenken, en dit samen met heel veel familieleden en dorpsgenoten te doen. Ik hoop dan ook dat deze traditie in Huizinge nog lang blijft bestaan.

Annemarie Frans

Expositie-ervaringen tijdens Open Monumentendag

‘Waar is dat van gemaakt?’
‘Heeft u dat gebeeldhouwd?’

Deze en andere vragen kregen wij tijdens onze expositie op de Open Monumentendagen op 14 en 15 september in de kerk van Huizinge. Een mooie gelegenheid om uit te leggen hoe keramiek gemaakt wordt en hoe papierscheppen in zijn werk gaat. Naar schatting bezochten per dag tussen de 50 en 100 mensen de kerk.

Het was ons inziens een goed idee van de kerkenraad om dit jaar iets extra’s te doen tijdens de Open Monumentendagen. Niet alleen de kerk open te stellen, maar ook een expositie van kunstwerken te organiseren. En voor ons een mooie gelegenheid om ons werk te tonen, niet in de laatste plaats ook voor de leden van onze gemeente. 

Wij hebben allebei heel mooie reacties gehad van ‘Goh,  wat mooi’ tot ‘ik wist helemaal niet dat je daarmee bezig was’. De kerk vormde dan ook een prachtig decor voor ons werk. De keramiek, die met name geïnspireerd is door het wierdenlandschap, kwam hier goed tot zijn recht.

Ook voor de collages van Anne (zie hieronder, red.) was de kerk een mooie plek, daar komt het goed tot zijn recht. Dat kreeg ze ook te horen van veel mensen. Er was ook interesse voor haar werkwijze en het is altijd fijn om daar iets  te kunnen vertellen over het scheppen van papier van planten. Een fijne ervaring, ook dat dit werk nog even langer kon blijven hangen.

Anne Post en Janny Steenstra

Expositie Anne Post

Op dit moment doe ik mee aan een groepsexpositie in de Witte Kerk van Hemrik. Deze expositie duurt tot en met 15 december 2024 en is open op vrijdag, zaterdag en zondagmiddag van 13.00 – 17.00 uur.
Er doen 42 kunstenaars aan mee en het is een gevarieerde expositie. De restrictie om mee te mogen doen was dat het werk niet groter mocht zijn dan 40 x 40 cm. Dat is een formaat, waarop ik niet vaak werk, maar het is me heel erg goed bevallen.
Het adres van de Witte Kerk is Binnenwei 22, 8409 JH Hemrik. Voor verdere informatie, http://www.wittekerkhemrik.nl/

Mijn website is :   www.anne-post.com / emailadres anne.post48@gmail.com

Van harte welkom.

Anne Post toe Slooten                       

Moed

Geef mij den moed om onrecht te onderkennen,
Ook waar ‘t door eeuwen van gebruik gewettigd wordt,
Den vasten wil aan onrecht nooit te wennen,
Ook waar de macht, het weg te nemen, schort.

Doch zo ik spreek, het zij geen laf opstandig klagen,
En waar ik zwijg, ‘t zij nooit, verwonnen door den tijd,
Indien ik licht mijn leed en dat van andren drage,
‘t Zij wijl mijn liefde weet, dat Gij de Liefde zijt.

Jaqueline van der Waals

Vanmorgen zocht ik een gedicht voor de aanstaande nieuwsbrief. Mijn oog viel op een oud bundeltje van Jaqueline van der Waals. Het viel open bij een kort gedicht met de titel “Moed”. Het sprak me aan, juist nu ik even daarvoor het laatste nieuws las over de verkiezingen in Amerika en al het zorgelijke nieuws van de wereld.
Een roep om moed lees ik om het onrecht te onderkennen zoals zij het heeft verwoord in deze oude taal. Ik las het als een gebed, in deze tijd waarin ik het soms ook niet meer weet, met alles wat op mij en ons afkomt.
Met een warme groet uit Huizinge,
Martje Star

Het bovenstaande gedicht van Jaqueline van der Waals is in Blesdijke (gemeente Weststellingwerf) in een glazen gedenkplaat gevat, tussen twee betonpalen in. Een monument ter herdenking aan Joden die in de tweede wereldoorlog in werkkamp ‘It Petgat’ tewerkgesteld werden.

Er waren in de oorlog vijftig joodse werkkampen in Nederland. In strafkamp ‘It petgat’, werkten zij die eerder uit een ander kamp, een vluchtpoging hadden gewaagd. Juist dit kamp was niet door enig hekwerk of gewapend personeel omgeven. Angst houdt immers bijeen. Toen, nu.

De Grote Verzoendag, in de Bijbel beschreven in Leviticus 16, is de meest heilige dag in het jodendom. In de nacht voorafgaand aan die Dag van Vergevingen werden de joden in 1942 onder de Duitse leugen van naderende gezinshereniging, afgevoerd naar Westerbork, waarna in Auschwitz en Sobibor…

Het is lastig te zien, maar op de maquette is naast het beton -krom van aard- tussen de verzen een indrukwekkend en beklemmend prikkeldraad afgebeeld. Het monument staat op een davidster.

Hinrick Klugkist