Meditatieve bijeenkomsten op de woensdagmorgen

Naast de kerkdiensten van de Johannes de Dopergemeente, is er in de lente en zomermaanden op woensdagochtend van 9.30-10.00 uur een meditatieve bijeenkomst waarin de stilte centraal staat.
Dat zetten we graag voort in het koor van de Andreaskerk.

Er is een eenvoudige orde:
We komen in stilte binnen en zitten in een kring rond de Paaskaars.
Aansteken van de Paaskaars
Stilte (2 minuten)
Zingen: Breng mijn ziel tot rust hier in deze ruimte (10x)
Stilte (2 minuten)
Voorlezen van een gedicht of korte tekst uit de aanwezige bundel

Meditatieve stilte (15 minuten),
voorafgegaan en afgesloten met de gong

Mogelijkheid voor het aansteken van een lichtje
al of niet met enkele woorden,
telkens gevolg door een korte stilte

Afsluiten met het zingen van:
Dat wij onze weg mogen gaan in vrede (10x)

We verlaten in stilte de kerk.

Meer informatie hierover is te verkrijgen bij:

Just van Es: justzandeweer@gmail.com

Mannie Hovenkamp: manniehovenkamp@kpnmail.nl

18 april – Avond over ‘Levensvragen, en wat is een zinvol leven?’ met Yvonne Hiemstra


Wat zijn dat, levensvragen? Daarmee bedoelen we vragen over het leven, waar niet snel een antwoord op te vinden is. Ze heten ook wel ‘trage vragen’. Levensvragen hebben alles te maken met de zin van het leven. Dus wat maakt je leven zinvol? Wat is de betekenis van je bestaan en wat maakt het de moeite waard? Het kan daarbij gaan om kleine dingen, maar ook om grote existentiële zaken.
Een voorbeeld van kleinere dingen is wat de dag de moeite waard maakt, welke ontmoetingen je hebt of een omhelzing van je familieleden. Het kan ook gaan over grotere, existentiële zaken. Bijvoorbeeld wat je leven de moeite waard maakt, hoe je tegen je eigen leven aankijkt of hoe je wilt dat mensen zich jou na je dood herinneren.

Misschien herken je dit: Je hebt het gevoel dat je wordt geleefd door de waan van de dag. Je bent druk, druk, druk, met de (klein)kinderen, met je werk, met het huishouden, met sociale relaties. Doe je nog wel de dingen die je daadwerkelijk graag wilt doen of belangrijk vindt? Durf je nog te dromen en kunnen ze uitkomen? Als je dit herkent, dan bestaat de kans dat je niet doet wat je leven zin geeft en je voldoening geeft. Het kan zelfs leiden tot gezondheidsklachten (denk aan een burn-out of depressie). Sta eens stil bij wat jij zinvol vindt en stel levensvragen.

De avond vindt plaats op donderdagavond 18 april, aanvang 19.30 uur in t Ol Schoultje te Huizinge

De kosten zijn € 4,00 p.p. (koffie, thee, zaalhuur).

Opgave, liefst vóór 12 april: bij Gera van der Hoek, vdhoek.gera@gmail.com

De ander als venster

Laat mij nu gaan, genade die mij draagt.
Zacht licht van zegen is om mij gaan staan.
Zo zijn voltooid wanneer de tijd u vraagt.
Laat mij nu in het zijn in vrede gaan.

Draag mij nu uit en leg mij daar voorgoed
waar ik verzoend zal zijn met aarde bruid.
Hemel op mij, het licht dat gaat en komt,
draag mij nu, vrucht van licht en aarde, uit.

Waar gij zult gaan uw weg tot aan het eind
zegen de dagen dat gij op zult staan.
Goed doen en recht en vreugde doet u aan,
waar gij in naam van lief in leed zult gaan.

Laat mij hier na en draag mij waar gij gaat
in uw gedenken dat ik met u ga.
Sterven, het is de oorsprong van die leeft,
zo in uw heengaan zoen ik u nu ga. 
Herman Verbeek, slapen in een zoen
melodie: Eventide (Blijf bij mij Heer)

De telefoon gaat. Het is mijn collega met een nieuwe aanmelding. Een huisarts vraagt onze inzet bij een patiënt met een doodswens. Ik ontvang enkele minimale gegevens en zoek dezelfde dag nog telefonisch contact. Verbaasd over de snelle gang van zaken, steekt betrokkene meteen van wal. Ik hoor direct hoe hoog de emoties zitten. Het klinkt bijna alsof de persoon zich wil verontschuldigen. Alsof de ander mij wil overtuigen dat de moeilijke keuze die is gemaakt gerechtvaardigd is. Het is duidelijk dat het al lang speelt en er veel aan vooraf is gegaan. Na een minutenlange monoloog valt het stil. Ik wacht even en doorbreek dan het zwijgen: ‘Mocht u het aandurven met mij in gesprek te gaan dan moet u één ding van mij weten.’ ‘Wat dan?’, hoor ik aan de andere kant van de lijn. ‘Dat ik niet kom om u op andere gedachten te brengen. Ik wil samen met u verkennen wat u nodig heeft om de weg te bewandelen die u gaat.’ Weer valt het stil. Hier zat de angel. Na kennelijk de verlossende woorden te hebben gesproken hoor ik: ‘wanneer komt u?’ Twee dagen later zitten we aan de koffie. Vanaf dat moment zijn we reisgenoten.

Je voorbereiden op een dergelijk begeleidingstraject is vrijwel onmogelijk. Hoeveel ervaring je ook hebt, het blijft een sprong in het diepe. Dat geldt voor mij, maar al helemaal voor die ander. Ik heb dan nog altijd mijn professionele distantie, mijn kaders en methodieken die mij houvast geven. Dat is voor mijn reisgenoot heel anders. Er volgen gesprekken. Weer gaat de route langs huisarts, praktijkondersteuner en psychiater. ‘Moet dit nou allemaal voor de zoveelste keer?’ Geduld is veel gevraagd als de lijdensdruk hoog is.

In alle hectiek en wirwar aan gedachten en emoties rusten we zo nu en dan samen uit op een denkbeeldig bankje, aan de denkbeeldige kant van de weg. We blikken terug: hebben we onderweg iets of iemand gemist? We kijken vooruit: hoe gaat het nu? Is er iets veranderd onderweg? Wie of wat verdient nog aandacht voor het afscheid komt?

In de praktijk van alledag, met name als er gewerkt wordt op het scherpst van de snede, komt Jezus mij het meest nabij. Ieder mens gaat zijn weg. En dat kan een Via Dolorosa zijn. Soms voel ik mij Simon van Cyrene die de zwaarte van het kruis helpt verlichten, ook al is het niet het mijne. Dan weer voel ik mij Veronica, die angstzweet en bittere tranen helpt drogen.

In deze veertigdagentijd, van de woestijn doortrekken en beproevingen doorstaan, resoneren op diepe lagen, oude klanken in mijn lijf, hart en hoofd: een mens leeft niet van brood alleen. En zie, er kwamen engelen om voor hem te zorgen. De woorden ontroeren me. Ze geven me kracht om te doen wat ik mag doen. Iemands naaste zijn. Luisteren zonder oordeel. De ander ondersteunen en oprichten als hij dreigt te bezwijken. Door zo maar eenvoudig ‘te doen en er te zijn’, krijg ik – soms even – zicht op het wonder van Pasen.

Yvonne Hiemstra (geschreven voor www.remonstranten.nl, ingezonden door Hinrick Klugkist)

Fie Goudschaal, een kunstenares uit Westerwijtwerd

We zijn bezig met een serie van kunstenaars in en rondom Huizinge. In verleden en heden.
In de vorige nieuwsbrief stond de eerste aflevering. Daarin besprak Reint Wobbes de kunstschilder Reggie Scherpbier. Vandaag bespreekt hij de kunstenares Fie Goudschaal.

Pastorie Westerwijtwerd

Op een zondagmiddag in 2008 ontmoette ik op Ewsum een bejaard echtpaar dat mij vroeg of ik de naam Goudschaal kende. Ik wist dat er rond 1900 een dominee Goudschaal in Westerwijtwerd had gestaan. De vraag of ik iets van dochter Fie wist, moest ik ontkennend beantwoorden. Dat werd verholpen met een stroom gegevens in de vorm van foto’s, kopieën en brieven die ik van het echtpaar ontving. Mevrouw was een achternicht van Fie, die schilderes was geweest. Dit alles resulteerde uiteindelijk in een expositie op Ewsum over leven en werk van Fie Goudschaal. 

Afien Catherina Gesiena Goudschaal (Roden 1877-Den Haag 1956) was de jongste van de acht kinderen van dominee Johan Bernhard Goudschaal (Rottum 1835-Beerta 1910) en Catherina Arnoldina Koning Uilkens (t Zandt 1837-Westerwijtwerd 1908). Goudschaal was voorganger te Roden, Eppenhuizen en van 1888 tot 1910 te Westerwijtwerd. Fie volgde lager en M.U.L.O.-onderwijs te Groningen. Vervolgens schreef zij zich in aan de Groningse Academie Minerva, waar ze van 1894 tot 1903 een opleiding Beeldende Kunst ging volgen. Ze was een goede en precies werkende leerlinge en won in het leerjaar 1900-1901 een prijs voor haar tekeningen, in de vorm van een getuigschrift en een zilveren koninklijke medaille.

Ze studeerde en werkte samen met de ruim tien jaar oudere Alida van Houten, zuster van de kunstschilder Gerrit van Houten en Sientje Mesdag van Houten. Nicht Barbara van Houten was ook schilderes, zij was de dochter van Samuel van Houten, de man van het kinderwetje, later minister van Binnenlandse Zaken.

Aan het einde van de 19e eeuw was er een Dames Klasse, Afdeling Beeldende Kunsten opgericht aan Academie Minerva. Wel moest op de diploma’s nog leerling in leerlinge worden veranderd en hem in haar, maar toch.   

Kerk en weem te Huizinge door Fie Goudschaal plm. 1900, uit een schetsboekje met tekeningen van schapen en koeien en landschapjes in en rond Westerwijtwerd

Wat betreft het milieu, waarin Fie Goudschaal was opgegroeid, behoeft het geen verbazing te wekken dat ze kunstenares wilde en kon worden. Ze stamde uit een familie die reeds een aantal generaties de verlichting was toegedaan en sommigen van hen hadden daar in woord en geschrift blijk van gegeven.

Vader Goudschaal was in 1835 geboren te Rottum, ook zijn eerste standplaats als predikant. Hij vertrok daarna naar Wirdum, Roden, Eppenhuizen en stond van 1888 tot aan zijn emeritaat in 1910 in Westerwijtwerd. De vader van dominee Goudschaal, Ubbo Peter Goudschaal, zag in 1809 in Leer het levenslicht, studeerde in Groningen theologie en werd predikant te Rottum, Godlinze en Scheemda. Hij behoorde tot de zogenaamde Groninger Richting, een gematigd, moderne, christocentrische stroming binnen de hervormde kerk, die de kerk ook als opvoedingsinstituut zag. Onderwijs en ontwikkeling waren belangrijk! Vooral de naam van professor en schoolopziener Petrus Hofstede de Groot, ook uit Leer afkomstig, is aan deze theologische richting verbonden.

De moeder van Fie, Catherina Arnoldina Koning Uilkens was de kleindochter van ds. Theodorus Frederik Uilkens, boerenzoon uit Wierum bij Dorkwerd. Diens broer, Jacobus Albertus Uilkens, verlicht predikant, richtte in 1800 te Eenrum met anderen het eerste Nutsdepartement in de Ommelanden op: het Departement De Marne. In 1814 werd hij hoogleraar landhuishoudkunde te Groningen. Elke theologiestudent werd geacht zijn colleges te volgen. Men zag graag dat in elke pastorieboerderij (‘weem’) een predikant kwam wonen die tenminste theoretisch geschoold zou zijn in de landhuishoudkunde en als vraagbaak kon functioneren. Uilkens wordt wel de grondlegger van de landbouwwetenschap in Nederland genoemd. ‘Als praktisch geleerde van niet gering te schatten betekenis’, schreef Johan Huizinga over hem in 1914.

De grootmoeder van Fie was een Waalkens uit Nieuwolda, uit welke familie ook Albert Waalkens (1920-2007) stamde. Hij was hereboer, galeriehouder en avant-garde kunstpromotor. Hij kreeg in 2000 de Benno Premselaprijs en eerder al een Ziveren Anjer vanwege zijn verdiensten voor de kunst.

 In 1903 kwam Fie op 26-jarige leeftijd van de academie en ging bij haar ouders in Westerwijtwerd wonen. Ze kreeg in de grote pastorie ook een ruimte waar ze kon schilderen.

De meeste broers en zusters waren reeds uitgevlogen. Toen in 1908 moeder Catherina Goudschaal-Koning overleed, vertrokken vader en dochter naar Beerta, waar ds. Goudschaal in 1910 overleed. Fie woonde twee jaar bij haar zus in de Stad, maakte een reis naar Noorwegen en schilderde daar landschappen waaraan zichtbaar was dat dit niet haar sterkste punt was. In 1911 vertrok ze naar Den Haag, waarschijnlijk op uitnodiging van Alida van Houten. Ze wist er al spoedig naam te maken als kunstenares en werd in 1915 lid van de Haagse Kunstkring.

Fie Goudschaal maakte, naast tekeningen en schilderijen, altijd al graag portretten, van familieleden, vrienden en bekenden. Waarschijnlijk heeft ze ooit de vraag gekregen om een portretminiatuur te maken en dat viel zo goed uit, dat ze er bekendheid door kreeg.

De portretminiatuur ontstond in de 15e eeuw als kunstvorm en werd al gauw gewild bij rijkaards, adel en koninklijke hoven in Europa en dan vooral in Frankrijk en Engeland. In Nederland kwam het verschijnsel rond 1700 in de mode bij de welgestelde laag van de bevolking. Ter zelfder tijd kwam de opkomst van ivoor als ondergrond van het miniatuur. Het waren meest buitenlandse schilders die zich er mee bezighielden. De grootste afnemers van het portretminiatuur waren de Oranjes, vooral de vrouwen van Willem II en III. Anna Paulowna grootvorstin van Rusland en Sophie van Wurtemberg waren beide kunstlievend en fanatieke verzamelaars van de kleine kunstwerkjes. Waarschijnlijk kwam Fie in contact met het toenmalige koningshuis door Jhr. S.M.S. de Ranitz, tot zijn dood adjudant en vertrouweling van Koningin-moeder Emma. Hij was zelf geportretteerd en door zijn tussenkomst kwam Fie met de koninklijke familie en hun aanhang in contact wat resulteerde in veel opdrachten om portretten en portretminiaturen te maken. Ook onder de gegoede burgerij had ze veel klanten. Op een tentoonstelling in Brussel in 1935 werd haar werk, met nog paar andere  miniaturen, uitgekozen uit duizend andere werkjes, gekozen om ten toon te worden gesteld in de erevitrine. Haar werk werd wel vergeleken met dat van Watteau en Fragnonard uit de 18e eeuw. 

Koningin Wilhelmina

De portretminiatuur werd reeds aan het eind van de 19e eeuw verdrongen door de fotografie. Het is bijzonder dat Fie Goudschaal tot aan de Tweede Wereldoorlog opdrachten kreeg omdat ze mooi werk leverde en velen waarschijnlijk schilderwerk nog steeds mooier vonden dan een foto.

Fie Goudschaal was een zelfbewuste, geëmancipeerde vrouw die schilderde en daarmee de kost verdiende. Het is haast wel zeker dat zij de laatste miniatuurschilder was. Ze stopte in 1942 met schilderen en nam afscheid van de Haagse Kunstkring, misschien omdat ze geen lid wilde worden van de door de Duitsers opgerichte Kunstkamer. In 1956 overleed de schilderes uit Westerwijtwerd. 

Reint Wobbes, 2024.

.

Huldiging Kees Steketee, 50 jaar organist in het Groningse

Aan het eind van de kerkdienst in Westeremden op 10 maart, verraste kerkenraadsvoorzitter Grietje Schanssema Kees met een huldiging. Kees en Gera werden uitgenodigd vanachter het orgel naar beneden te komen en in de kerkenraadsbank plaats te nemen. Grietje feliciteerde Kees van harte met zijn 70e verjaardag, maar wilde hem vooral graag huldigen omdat het 50 jaar geleden was dat hij in Middelstum voor het eerst optrad als organist. Toen nog in de Gereformeerde kerk. Kees kreeg een oorkonde en een gouden speldje met briljant van de Protestantse Kerk Nederland en een mooie speech van Grietje. Allemaal terug te zien en te horen op de YouTube-opname van deze dienst. De hele gemeente zong, door Jan Smid begeleid op het orgel, hem toe met een ‘Loflied op Kees’ dat Barbara de Beaufort had geschreven en Jan op een bekende melodie had gezet. Het lied eindigde met ‘Laat dus het orgel schallen tot glorie van de Heer en vreugde van ons allen! Bedankt Kees altijd weer!’ ‘s Middags was Kees weer zo bij zijn positieven dat hij onderstaand stukje naar de redactie zond:

Dankregels van Kees

Sinds wanneer word je in de kerk van Huizinge (weliswaar in Westeremden) ter gelegenheid van je 70e verjaardag naar voren geroepen, vroeg ik me af toen Grietje ons uitnodigde naar beneden te komen.
Daar bleek dat de kerkenraad had besloten mij te fêteren met mijn 50-jarig jubileum als organist in het Groningse. Een PKN-oorkonde met speldje (of speldje met oorkonde) maakten het feest bijna compleet, een lied op tekst van Barbara helemaal.
Dank, veel dank. Ik wist niet goed wat te zeggen.
Daarom graag nu alsnog, net zoals ik ooit zei na mijn 25-jarig jubileum:
Het is geen grote prestatie om zoveel jaar organist te zijn. Je staat op het rooster, en dus ben je present.
Voor een ‘gewone’ kerkganger is het minder vanzelfsprekend om elke week weer de tocht richting kerk te aanvaarden. Zo bekeken zijn er nog veel meer jubilea te vieren!
Niettemin, en nogmaals: Dank!
Kees Steketee

4 april – ‘Groene kerk’ , gespreksavond over natuur en duurzaamheid

We houden ons allemaal op een of andere manier bezig met natuur en duurzaamheid: als tuinier, als grootouder, als krantenlezer.
En natuurlijk ook als kerkganger.
Tijdens de gemeenteavond van 17 november j.l. hebben we het o.a. gehad over het thema ‘groene kerk’. Maar er was door de volle agenda alleen nog tijd voor een korte inleiding.
Het gesprek hierover is daarom uitgesteld tot een andere datum, namelijk
donderdagavond 4 april.
Op deze avond willen we met elkaar praten over wat ons bezighoudt als het om de natuur gaat. Over wat we als kerkelijke gemeente allemaal al doen (meer dan je soms beseft) en over wat we misschien nog meer kunnen en willen.
Ans van Dam, Frank Colstee en Barbara de Beaufort zullen de avond leiden.

U bent van harte uitgenodigd!

De avond vindt plaats op donderdagavond 4 april, van 19.30 tot 21.30 uur in ’T Ol Schoultje te Huizinge,
De kosten zijn € 4,00 p.p. (koffie, thee, zaalhuur).
Opgave bij Grietje Schanssema, bij voorkeur per mail geschanssema@hetnet.nl
of telefonisch: 0595-552763 / 0628821966

Huizingers aan de wandel

Het voorjaar nodigt uit om weer naar buiten te gaan! Tijd om weer te beginnen met onze wandelingen door deze prachtige provincie. Samen wandelen verbindt, ervaringen worden uitgewisseld, je attendeert elkaar op iets bijzonders in de natuur, je kunt stil genieten, maar er wordt ook veel gelachen. Vaak is er een kerk opgenomen in de route en kunnen we even naar binnen, bijvoorbeeld in de kerk van Den Andel. Soms drinken we koffie in een café en soms bij een van de wandelaars thuis.

We zetten even op een rijtje hoe het werkt:

  • Via de email sturen we je eenmaal per maand een uitnodiging voor een wandeling, voorzien van een wandelroute.
  • Van maart t/m oktober lopen we elke laatste vrijdagochtend van de maand een route van gemiddeld acht kilometer.
  • Ieder gaat op eigen gelegenheid naar het beginpunt van de route of rijdt samen met iemand anders.
  • We starten om half tien vanaf de startplaats van de route.
  • We kijken altijd verlangend uit naar een terrasje of cafeetje voor koffie.
  • De door ons gekozen routes zijn in Noord Groningen. Het hele gebied zo ongeveer tussen Zoutkamp en Delfzijl. Naast routes van Spig maken we gebruik van routes van bijvoorbeeld het Groninger Borgenpad of het Groninger Landschap. 
  • Heb je een uitnodiging ontvangen, dan bepaal je uiteraard zelf of je wel of niet meeloopt, maar we ontvangen wel altijd graag even een berichtje.
  • De groep staat open voor iedereen die graag wandelt.  Neem daarom ook je familie, vrienden of buren mee, die plezier hebben in samen wandelen.

We nodigen je van harte uit om met ons mee te lopen! Stuur ons een email of spreek ons aan in de kerk en je krijgt elke maand een uitnodiging.
De wandelingen van dit seizoen zijn op vrijdag 29 maart, 26 april, 31 mei, 28 juni, 30 augustus, 27 september, 25 oktober. Zet ze alvast in je agenda!

Janny Steenstra, tel.  06-308 707 58
email: devries.steenstra@gmail.com                                                                    

Fokke Praamstra, tel. 06-254 559 72
email: fokkepraamstra50@gmail.com

Wil je ook je mobiele telefoonnummer erbij vermelden?

Janny Steenstra en Fokke Praamstra

Poëziemiddag over Gerrit Achterberg

Het was een flinke club daar in ’t Ol Schoultje in Huizinge, op zondagmiddag 18 februari j.l.. We zaten met 25 mensen in een grote kring om Jan Hovy heen, om te luisteren naar en te praten over het leven en het werk van Gerrit Achterberg.

Schrijver dezes wist niet veel van de man. Dat het een dichter was, en ook best wel uit de verleden tijd, daar hield mijn kennis wel zo’n beetje op. We hoorden dat hij in 1905 was geboren en in 1962 overleed, en verder over het een en ander van wat er in zijn leven was voorgevallen. En het ging dus, uiteraard, over de donkere kant van dat leven, vooral bekend geworden door de omvangrijke biografie van Wim Hazeu. Over agressiviteit, geweld tegen zijn verloofdes en zelfs een moord (in 1937), op zijn hospita, mogelijk in verband met iets met de dochter van die hospita. Achterberg werd veroordeeld tot TBR (het huidige TBS) waardoor hij tot 1952 in psychiatrische inrichtingen verbleef. Juist in die jaren schreef hij zijn meeste gedichten. Het lukte hem om daar, letterlijk on-gestoord, te schrijven aan een oeuvre van zo’n 1000 gedichten.
Jan vertelde over een discussie in dagblad Trouw over Achterberg en over het feit dat hij, volgens zijn psychiaters, nooit schuldbesef heeft gekend. Waarop vanuit de aanwezigen de vraag opgeworpen werd of hij nou echt nooit schuldbesef heeft gekend, of dat hij alleen nooit heeft laten mérken of dat er al dan niet geweest zou zijn.
Hoe het ook zij, deze donkere periode werd lang verzwegen door de literaire wereld, en de vraag is of en in hoeverre de kennis daarvan invloed heeft gehad op de waardering voor zijn werk.
Met andere woorden: heeft, in het algemeen, een negatief oordeel over het karakter en/of de geestesgesteldheid van de kunstenaar invloed op het oordeel over de kwaliteit van diens kunst?

Die vraag lieten we maar liggen toen we daarna een aantal van zijn gedichten lazen uit een bloemlezing van twintig stuks die Jan Hovy voor de gelegenheid had samengesteld en die door Roely in een liturgie-achtig boekje was uitgewerkt. Elk gedicht riep veel reacties op. Zowel op de inhoud als op de vorm.
Mensen met een voorliefde voor een mooie vorm vonden dat daar bij Achterberg wel wat op was aan te merken. Het rijm was soms wat kreupel, soms wat gezocht en het ritme van de zinnen soms wat hobbelig. Achteraf is dat nog wel verklaarbaar ook, want desgevraagd vertelde Jan dat Achterberg doorgaans zijn gedichten vrij vlot schreef en dat er weinig werd doorgehaald of gepuzzeld en verbeterd. Logisch dat het dan niet altijd loopt als een trein…
Maar interessant waren de teksten wel, of in ieder geval de interpretatie die we er met elkaar op los mochten laten. Dat in veel teksten het geloof een rol speelde (Achterberg kwam uit een orthodox hervormd Gereformeerde Bondsgezin) was duidelijk; we lazen in het gedicht ‘Triniteit’ verwijzingen naar de traditionele Drie-eenheid, maar zagen ook een soort voorstel voor een nieuwe drieslag: Moeder van Jezus / Zuster van Christus / Vader. Maar, bijvoorbeeld over een ander gedicht (‘Achter het einde’): ging dat nou over een verloren liefde, over een mislukte vrijpartij of had het echt iets met de dood te maken? Elke uitleg mocht de goede zijn.

Alleen al uit het feit dat we tussen half drie en half vijf uit de bloemlezing niet verder kwamen dan het bespreken van zeven van de gedichten blijkt wel dat de teksten bij de aanwezigen heel wat losmaakten en stof tot discussie leverden.
Voor uw scribent bleven veel zaken wat vaag, ongeveer net zoals op bijgaand plaatje de kring met belangstellenden vaag in beeld is, waardoor de, eigenlijk niet goed gelukte, foto toch een goede illustratie geeft bij de mooie middag.

Met veel, heel veel dank aan Jan Hovy!

Kees Steketee

Reggie Scherpbier, kunstschilder

Tegenwoordig wonen op het Hogeland, in bijna alle dorpen, een of meer beroepsmatige, beeldende kunstenaars. Het is een verschijnsel dat zich voornamelijk voltrok in de tweede helft van de vorige eeuw gezien de leeftijd van de meesten. Vanzelfsprekend zijn er door de eeuwen heen altijd mensen geweest, die zonder opleiding een kunstzinnige liefhebberij hadden en mooie dingen maakten. Rond 1900 gingen steeds meer jongens en een enkel meisje een kunstopleiding volgen.

In Groningen was die er al vroeg, Academie Minerva, in 1797 opgericht als Algemeene school van Teeken, -Bouw en Stuurmanskunst, kreeg later de genoemde naam.  Toen de school op een gegeven moment slecht liep werd een samenwerkingsverband tot stand gebracht met het Kunstminnend Genootschap opgericht in 1820, dat later Pictura zou heten. Minerva was eerst gevestigd in de Oude Kijk in ‘t Jatstraat, later in het nieuwe Waaggebouw aan de grote markt, waar ook Pictura, toen nog zonder vaste plek, wel activiteiten organiseerde. Ook aan de Grote Markt was boekhandel Scholtens gevestigd waar eind 19e eeuw ook exposities werden gehouden, o.a. werk van Van Gogh, Israëls en Mesdag en vele anderen. De latere historicus Johan Huizinga speelde als student daarbij een grote rol in de organisatie.

In Middelstum was reeds in 1830 op instigatie van het plaatselijk Nut een tekenschool opgericht omdat tekenen voor veel ambachten een noodzakelijke vaardigheid is. Schoolmeester D. Riga van Westerwijtwerd was er docent. De leermethode was de in Frankrijk ontwikkelde methode Dupuis die het tekenen naar plaat uitsloot, er werd naar de natuur gewerkt. Men richtte zich niet alleen op lijntekenen, perspectief en meetkunde, ook het ontwikkelen van schoonheidsgevoel vond men belangrijk.

In Huizinge werd in op 10 maart 1910 een jongetje geboren in het huis dat staat langs het pad naar de kerk. Daar woonde schoolmeester – organist Jacob Scherpbier die in 1907 naar Huizinge kwam. In hetzelfde jaar trouwde hij met Gezina Catherina Bange dochter van schoolmeester Bange te Middelstum. Hun eerste kindje Kleine Reina geboren in 1908 stierf in het geboortejaar van de jongen die Regenerus Jan Edzard werd genoemd. Reeds op jonge leeftijd bleek de knaap aanleg te hebben voor tekenen en schilderen. Eerst hanteerde hij potlood en krijt, maar reeds op 13-jarige leeftijd maakte hij zijn eerste olieverfschilderij op papier. Hij bezocht de lagere school in Huizinge en bezocht van 1927 tot 1930 de kunstnijverheidsschool Minerva, waar hij bevriend raakte met Jan Alting, Johan Dijkstra en andere leden van de schildersbent De Ploeg. In 1937 vertrok hij naar Amsterdam en studeerde daar aan de kunstacademie.

Na een zware ballotage werd hij lid van de Amsterdamse kunstenaarsvereniging de Onafhankelijken die zich verzetten tegen de toen heersende kunstopvattingen. Schilders als Paul Citroen, Kees Verwey en Carel Willink waren leden. Men organiseerde exposities van o.a. werk van Klee, Matisse, Chagall, Zadkine en Picasso.

In 1940 verhuisde Scherpbier naar Delft. In de oorlogsjaren tekende schilderde hij op behangselpapier, ontwierp ex librissen en vervaardigde veel stillevens. In 1945 maakt hij een studiereis naar België. 

Later bood het Ministerie van Kunsten en Wetenschappen hem twee keer een verblijf in Zuid- Frankrijk en op Corsica aan. Ook mocht hij een paar jaar later Italië bezoeken. Het zonnige zuiden deed zich gelden in zijn werk dat intens kleurig werd. Ook ontstonden fantasie landschappen die doen denken aan het werk van Chagall. Reggi was 30 jaar lang secretaris van de kunstkring in Delft waar hij tekenlessen gaf en tentoonstellingen organiseerde. Vanaf 1952 was hij werkend lid van Pulchri Studio in Den Haag. De laatste jaren van zijn leven waren moeilijk omdat hij blind werd. Reggi Scherpbier overleed op 10 december 1991 te Delft.

N.B. Meester Jacob Scherpbier fotografeerde en ontwikkelde de foto’s in een donkere kast. Veel oude ansichtkaarten van Huizinge zijn van zijn hand.

Reint Wobbes

Midwintertied (door Hinrick Klugkist)

Midden in de winternacht
zingt memorie open
lees op Facebook onverwacht
plaat en naald klinkt open:
Abeln zingt midwinterlied
kinderkoor, u ziet ze niet
hoor het kerkkoor gaan,
Stille nacht zingt aan
luuster Törf, tekst van Fré
muzikaal Steketee
elpee, zet maar op play.

Ergens in Midwintertied, een paar weken geleden, lees ik bij een oud-klasgenoot van de lagere school op Feestboek, een herinnering over een plaatopname in de glorietijd van muzikaal en creatief Middelstum. Midwintertiedlied, even later gevolgd door een verzoekje het te mailen, om het op kerstavond als herinnering met de familie te kunnen herbeleven. Het fragmentje, ooit op mijn tijdlijn verschenen.

De lagereschooltijd, het is een plezierige, dankzij een hechte klas. Juf Jorien als aardige kleuterjuf, niet wetende dat we veertig jaar later elkaars stemmen tegenkomen in de cantorij. Muzikale hoogtijdagen -dankzij Kees- meer dan ‘Der is muziek ien t dörp’. De klas zes-musical werd -alsof er geen bandrecorder bestond- voorzien van een combo. Een elpee even eerder, werd opgenomen in de gemeenschapsruimte van Wicher-Zitsema. Een ruimte die als het nog bestond, nu koud en kil ‘aula’ heet. Sporadisch op schoolreisje naar een bejaardentehuis om te zingen, of om Vonhoff door een trom te zien slaan. Hoor een man tussen een klas van rumoer roepen: ‘Het is hier geen speeltuin!’, om na een beklemmende stilte van luisterende kinderen te vervolgen, ‘maar ook geen begraafplaats’.

Tussentijds, tussen speeltuin en begraafplaats in, is het midwintertijd. Een midwintersamenzijn in Huizinge, een traditie uit de tijd van Doekle de Boer, laatste predikant van de Hervormde gemeente Middelstum-Huizinge. Een liturgieboekje met gedichten, muziek (nu wel uit een cd-speler) en stilte. Het gedicht ‘Ere zij God’ duurt lang’, uit de kroontjespen van Okke Jager ontsproten en later uitgediept uit een oude schoolagenda (1961) van Jaap Boersema. De bijeenkomst heeft een prettige afdronk van chocolademelk. Bladerend door die agenda -na het opgeschreven huiswerk vlijtig volplakt met actualiteiten destijds- merkt schoolmeester Kees Reinders naast me op, ‘als het goed is staan voorin de cijfers…’ Het voelt nu toch een beetje onheus, ongemakkelijk bladeren in iemands privacy. De lijst valt mee, is meer dan behoorlijk, behoorlijk goed zelfs. Wat me opvalt dat het negatieve extra wel extra klemtoon krijgt. Een sporadisch onvoldoende staat in een blokje van rood omkaderd. Er is niets veranderd.

Een anderhalve week later klinkt de Kerstnachtdienst, Gera zingt de engelen van de hemel en wij mochten er ook zijn. Nadien maak ik een misvatting door de dienst midnacht’lijk te monteren, waardoor kerstmorgen mijn cantorijconcentratie is als het drinken van een glaasje rode wijn in de pauze van een midzomerconcertje van Curiosa. Blijkbaar ligt de tijd van ongestraft een nachtje goeddeels overslaan definitief achter me. In goeden doen kijk ik naar de dirigent aan het einde van de regel, met de opvolgende tonen, woorden in het geheugen. Nu kijk ik wel, maar die daaropvolgende tekst en melodie is als een geenszins actieve herinnering. Met mijn reactievermogen duurt het anderhalve zin voor ik weer aanhaak aan de stilte, want ook links en rechts van me klinkt het met kerst uiterst solidair, dat dan weer wel.

Midwintertijd en het ‘Ere zij God’ duurt lang’, nog bijna een jaar. Lees het gedicht dat eigenlijk in de vorige editie van de nieuwsbrief had moeten staan.

 ‘Vrede op aarde’, een voornemen dat we niet in de gure wind vanuit buiten door ruiten moeten laten staren.

Hinrick Klugkist