Cantatedienst 9 juni, 19:00 uur, Farmsum

Op 9 juni, om 19:00 uur, wordt in Farmsum Cantate Jakob uitgevoerd. Aan deze cantate begonnen Barbara de Beaufort en Kees Steketee in de coronaperiode. Vorig jaar werd hij afgerond en op 22 oktober was in Huizinge de première. Nu dus een reprise in een cantatedienst in Farmsum met voorganger Piet Lanting.
Jan Smid (bas) zingt Jakob, Hinrick Klugkist (tenor) verklankt Ezau en Gera van der Hoek (sopraan) kruipt met haar stem in de huid van Lea.
Hermien Hoekstra (dwarsfluit) speelt ook weer mee.
Kees Steketee begeleidt het koor op de Blüthner vleugel en de gemeentezang op het Lohman orgel.

Tevens alvast de aankondiging dat op 27 oktober, om 9:30 uur, in Huizinge, de Hervormingscantate weer zal klinken. Het was de eerste cantate van het duo De Beaufort/Steketee in 2014. Daarna is hij nog enkele keren uitgevoerd in Farmsum, Appingedam en ook Huizinge. Voorganger in deze cantatedienst is Just van Es. Solisten zijn Gera van der Hoek (sopraan, als engel der genade) en Jan Smid (bas, als Luther). Kees Steketee bespeelt het Van Vulpen orgel.

Francine Schrikkema, bezoek aan haar atelier (13 en/of 20 juni)

Francine Schrikkema is beeldend kunstenaar en woont in Huizinge. Voor een eerste kennismaking met haar schilderijen verwijzen wij naar haar website. Wij nemen aan dat onze gemeenteleden het leuk zouden vinden om nader kennis te maken met het atelier en de kunst van Francine. Wij hebben haar bereid gevonden om iets over haar werk te vertellen in haar atelier. Gezien de grootte van het atelier kunnen er niet meer dan 8 mensen per keer ontvangen worden. In overleg met Francine komen we tot het volgende plan:

Francine ontvangt een groep op donderdag 13 en op donderdag 20 juni a.s. van 12.00 tot 14.00/14.30 uur. Een lunch is daarbij ingegrepen.

De kosten zijn 15 euro per persoon.

Wij verzoeken jullie dringend om je van tevoren aan te melden. Wie zich niet tevoren heeft aangemeld kan helaas niet mee.

Op de betreffende middagen zullen we ons verzamelen op het parkeerterrein van de borg Ewsum, van waar we gezamenlijk naar Francine zullen rijden.

Het beloven mooie middagen te worden!

Namens de commissie cultuur & bezinning,

Betty van der Molen en Liesbeth de Voogd

Opgave voor 10 juni bij Betty van der Molen:   bvandermolen2017@gmail.com

Levensvragen, verslag van een avond met Yvonne Hiemstra, 18 april 2024

Sichtlicht
Je moet zeilen op de wind van vandaag
de wind van gisteren helpt je niet vooruit
de wind van morgen blijft misschien wel uit
je moet zeilen op de wind van vandaag

Het is even na half acht als in ’t Ol Schoultje een aantal mensen bijeenkomen. Een avond over een gesprek over levensvragen. Een inkijkje in het werk van Yvonne Hiemstra bij Sichtpunt. Een avond over palliatieve zorg aan het sterfbed. Maar ook trainingen voor de zorg. Hoe luister je, versta je achter het gezegde? Veelal bestaat haar werk uit een planbare eerstelijns zonderverwijzingzorg, maar acuut en plompverloren komt ook voor. Daarnaast organiseert en begeleidt Yvonne jaartrajecten vanuit de gemeentelijke WMO en vanavond dus een klasje leerlingen op leeftijd, maar waarvan ’t Ol Schoultje zelf, toch net iets ouder is.

Wat is je lijfspreuk, wat schrijf je op je tegeltje van papier, vaststaand of is het als het leven zelf, veranderlijk. ‘Ik leef gewoon… en dat bevalt me wel’, hoor ik naast me. Yvonne draagt bovenstaande tekst van Purper als adagium met haar mee. Opborrelende lijfspreuken worden uitgewisseld.

Een geestelijk verzorger is een veelal academisch geschoolde invoelende, betrokken zinaangever. Een zinzoeker die bij een innerlijke letterleegte, letters weet aan te reiken. Letters vormen een woord van verstaan, woorden een zin. Als die zin er niet is, gebroken of onsamenhangend, is een medewerker van Sichtpunt dichtbij. Een geestelijk verzorger is geen behandelaar met behandelplannen en therapieën, maar is een steuntje, een sichtpunt, lichtpunt van houvast. Een luisterend oor zonder (voor)oordeel. Iemand die je uitnodigt je hartkamers door te luchten om naar een opluchting toe te ademen. Het is een niet al te lijvig gedocumenteerd onderdeel van intramurale zorg -zorg langer dan 24-uur- maar juist dankzij het open vrijplaatskarakter maakt dat er wel kwaliteitsregisters zijn. En die gaan vol open als het gaat over privacy. Alles blijft binnen de muren binnenkamers, waar hooguit zomers, openstaande ramen gesprekken van vertrouwelijkheid meegeven aan voorbijvliegende koolmeesjes, die zeilen op de wind van vandaag naar morgen.

Juist binnen een vrijplaats (een plaats zonder vaststaand plan of doel) is een streng kwaliteitsregister waar regelmatig getoetst wordt. Waar haal je als geestelijk verzorger je eigen drijfveren vandaan? Drijfveer, op welke veren drijf je op de golven van het leven? Wat is je levensbeschouwelijk draadje? Yvonne heeft haar draadje verbonden met de Remonstrantse stroming, een stroming die vanuit de raakvlakken met het humanisme het Bijbelse zoekt. Lees bijvoorbeeld eens de remonstrantse belijdenis op internet en voel die open houding, in vergelijking met de gesloten gereformeerde apostolische belijdenis van de PKN waarmee ikzelf ben grootgebracht.

Sichtpunt geeft trainingen aan mantelzorgers over verlies, palliatieve zorg. Maar geeft ook cursussen voor thuiszorgers die innerlijk sterven aan levenseindeproblematiek. Een Sichtpunter kan ingeschakeld worden via een huisarts, maar is altijd dienstbaar met toestemming van de zorgvrager.

Voorafgaand aan de koffie komt nog een term voorbij als ‘menszijn’ en dat ingrediënten in zich heeft van mentaal en lichamelijk welbevinden, kwaliteit van leven, sociale Positieve Gezondheid Spinnenwebparticipatie en het zijn onder de mensen, zingeving. Het model van de positieve gezondheid van Machteld Huber. Ontroerend, een dementerende die haar leven als zacht en warm ervaart. De grens van lijden huist niet in afgebakende (ik stop ermee als), maar wordt vloeibaar zodra je er zelf onderdeel van bent. Leefbaar is niet een vaststaand gegeven. Het ABC-model. Aandacht, Begeleiding en Crisis, waarvan begeleiding en crisis de meeste aandacht vragen.

Het onvoorspelbare zijn de crisissituaties, waar je als hulpverlener zonder enige achtergrond een (half) uurtje later mee geconfronteerd kunt worden en dan is het luisteren, luustern en lústerje zonder klokkijken. ‘Wat houd je bezig’, is daarbij een meer verstandige openingsvraag dan ‘hoe gaat het’, want voor je het weet is met een ‘goed’ de deur naar een open gesprek weer in het slot, aldus Yvonne. Levensvragen over breuklijnen in het leven en over moral injury. Ondanks trouw aan het bevel, de regeltjes, het gevraagde, doorknaagt het morele geweten en de ethiek. Militairen, en mensen die ingrijpende besluiten moeten nemen over het levenslot van anderen, zoals werknemers bij het COA, de moral injury is dichtbij. Ook daar kan Sichtpunt een lichtpunt zijn.

Na de koffie met begrafeniskoek spreken we over de kletspot, ‘de dood uit de pot’, met vragen over palliatieve zorg. Gesprekskaarten om als zorgverlener het ‘gaan naar Anderwereld’ levend te houden. Kinderkaarten van ‘Gemis, rouw en afscheid’ van filosofe Stine Jensen zijn eveneens hulpmiddelen om het gesprek gaande en laagdrempelig te houden, aangepast aan de doelgroep. Gesprekken aan de hand van een getrokken kaart. Luisteren, zoeken naar gelaagdheid, het is een kunde waarin het invullen voor de ander, een vrucht van miscommunicatie als een miskraam ter wereld komt. Niet schieten in de reparatiereflex, maar leed wegen, machteloosheid laten zijn en erkennen dat het mag zijn wat het is. Je gehoord weten is vaak al genoeg. Het levensleed als de metafoor van het gebroken porselein. Probeer je de scherven zo heel te maken zodat je het gekerfde niet meer ziet, of mag die scheurlijn er juist zijn, omdat deze een deel van je geworden is, wat je leert te omarmen. Onverdoezeld tot een nieuw geheel. Geef je het ‘een plekje’ of meng je het door je geurige soep van leven?

We worden uitgenodigd een kaart te pakken met een beeltenis of citaat waar je levenskracht uit put. Ik pak een kaartje van een luchtballon met een biezen mandje waarin je hoog boven je ‘levensleed’ hangt, en heerlijk relativerend kunt opmerken ‘ach, dat valt best wel mee’. Luchtig houden, kracht halen uit het relativeren, afstand houden en verwonderend aanschouwen. Op de achtergrond klinken woorden van een lied:

Hoe zeil je mee op de wind van vandaag?
wind van gisteren helpt je niet vooruit
wind van morgen blijft misschien wel uit
zeil met me mee op de wind van vandaag

Hinrick Klugkist

Wat maakt je leven goed ?

Via Facebook werd ik door Yvonne Hiemstra uitgenodigd voor een challenge, een uitdaging, al is dat laatste een verschrikkelijk hol jeukwoord dat schuurt. Tien dagen één foto, zonder cursiefje van taal, een digitale kettingbrief gaande te houden. De vraag: ‘Wat maakt je leven Goed?’ In een indruk van de dag is een interessante in een tijd van krantenkoppende ellende. Wat zijn de beelden die je gedurende een ruime week bijblijven en beklijven? En zou ‘Huizinge’ daar ook in voorbij komen? Een scheppingsverhaal van indrukken en daarbij wat afbeeldingen.

Wat maakt het leven goed, geeft meteen dat andere -zonder het te benoemen- weer. Op de eerste dag is er een scheiding van licht en duisternis. Dag en nacht van elkaar verschillend en elkaar aanvullend in schemering. Tijdens de avond met Yvonne Hiemstra -wat is een zinvol leven- sprak mij een kaartje met een kleurrijke luchtballon met een bungelend biezen mandje, aan. Een uitkijk, een afstandelijke helicopterview. Overzien, zonder al te veel gedetailleerd zicht en zonder gemiep op de vierkante centimeter. Daglicht en nachtdonkerte met daartussen het twijduustern. Het is avond geweest en het is morgen geweest: de eerste dag.

Op de tweede dag, zondag spreekt Just van Es over wijsheid. Hoe ziet wijsheid eruit als je dat in één beeld weergeeft? Een printscreen van het dansende meisje in de kerk, het treffende schilderij van Marius van Dokkum. Daarnaast Just op de kansel in de Andreaskerk in Westeremden.

De derde dag valt samen met de internationale dag van de aarde. Postermeisje Loesje lacht me toe met het volgende citaat in de mond: ‘De mooiste vrouw op aarde. Moeder Natuur’. Hij zag dat het goed was.

Op de vierde dag zie ik een sfeervol beeld van de karakteristieke Academie voor Popcultuur in Leeuwarden, waarin voorheen de gemeentelijke HBS kennis gaf. Een collega vertelt me dat ik deze ochtend wel een school verkeerd zit, ik had me op dat moment op het conservatorium in Groningen moeten bevinden. Gelukkig zijn er terugtreinen. Het is avond geweest en het is morgen geweest: de vijfde dag.

Een cantorij-avond. Een muzikale samenloop van Ruth en Jakob. Op de terugreis rond tienen fietsen Grietje en ik samen op naar Middelstum. Vertel van het werken op de verkeerde plaats vandaag. We naderen al keuvelende ’t Vonderke, een sympathiek smal wandelpad met een houten bruggetje, in 2015 geheel vernieuwd. Rij voor haar aan en zwenk de bocht in en voel mijn nog uitstaande stander schrapen over de weg. Met m’n linkervoet klap ik hem op en iets uit evenwicht raak ik zachtjes een grenspaaltje van een weiland. Sta plots stil, mijn evenwicht zoekt en grijpt zich vast in de donkerduistere leegte. De fiets kantelt en ik laat me in die beweging meevallen, zachtkens het gras in en rol onder de fiets vandaan. Hoor achter me ‘Wat doe jij nou?’, gevolgd door een plons onder en om heen en lig op mijn rugzak met de neus omhoog, middenin het slootwater… Krabbel onder mijn eigen lach weer overeind en beklim de wal en daarna op de fiets die nog op het droge ligt. Twee lachende gezichten fietsen hilarisch verder richting Middelstum. Onderweg laat ik volgens het evangelie van Grimm, telkens druppels water vallen op de weg om die later terug te kunnen vinden naar Westeremden, immers voor deze ‘challenge’ zal er nog een foto van ’t Vonderke bij moeten en dan is de weg terugvinden wel handig. Hinrick en Grietje onderweg, druppels water gaan hun weg. Onderweg pluk ik nog een stukje riet uit m’n gezicht. Zo discreet als ze is vraagt Grietje me ‘zullen we dit klein houden?’ Nou, ik denk eerder dat ik er maar een stukje over schrijf… Mijn leven is Goed, ook al valt-ie soms in het water!

Het was avond, het werd morgen. De zesde dag. Een agendalijstje met al wat uitgezongen mag worden over land en akker, in een koor en in een kerk. Een datum van de cantate Ruth, musical Ruth en een evenwichtige zing & zang van Cantorij & Curiosa en een afbeelding van een poster van curiosa voor een concert in Westerwijtwerd. Of zoals Kees Steketee het op de avond met Yvonne vorige week al opmerkte: ‘Zonder zingen gaat het niet’.

Op de zevende dag een rustdag. Een terugblik op de Schepping. Een boekje open over het klimaat, gevloerd op de derde verdieping van het Prins Claus Conservatorium in Groningen, waar de vloer en trap eenzelfde kleurschakeringen vertonen als de kaft van ‘Het Klimaatboek’ bij mij in de boekenkast. Van koel blauw naar een waarschuwende rode kleur. Waar bevinden wij ons, hoever staan we in code rood?

Op de achtste dag is het Koningsdag. Op de foto is het Concordiaplein gevuld met fanfareblazers die feestelijke klanken de wereld in musiceren. De eeuwenoude Hippolytuskerk op de achtergrond met een feestvlag uit het raam, denkt vol heimweemoed terug aan de tijd dat er nog iedere week muziek klonk uit zijn binnenste, via de honde rden orgelpijpen naar buiten en honderd zangstemmen. Nu doet Hippolytus een raampje open om nog iets te horen van de koperblazers. Hij is inmiddels doof geworden van het prachtige carillon, hangende dichtbij zijn eeuwenoud gehoor.

De negende dag is wederom een zondag. De tranen die wij zaaiden, ontbloeien tot een lach. Het inleidend orgelspel van Kees vormt een waar reclameblok voor de Oogstcantate Ruth. Eindigend met een jazzy variant van Gezang 657, waarvan de melodie, een koraal in de cantate vormt. De laatste regel van Barbara zingt in me tijdens de montage ’s middags. De tekst “De tranen die wij zaaiden (een ongelukkige cameraplaatsing) ontbloeien tot een lach (de afkondiger die -oeps- onder een lampenkap verdwijnt). Het een en ander goedgemaakt door de voorganger die tijdens de verkondiging tot grote hoogte opklimt, staande naast Het Licht. Nee, meer verheven zal het niet worden… Het werd avond, het werd morgen. De tiende dag breekt aan.

Zo prachtig als het gebouw in Leeuwarden aan de buitenkant oogt, zo liefdeloos ademt haar binnenste. ‘Ondanks je drang tot zelfmutilatie hou ik zielsveel van je’, schrijf ik op Facebook. Was voornemens in de ochtend te gaan verven in Leeuwarden en nadien de avonddienst in Groningen te vervolgen. Word door een dienstdoende collega heengezonden, sta niet op het rooster en er is geen plan van aanpak. Jawel, die staat in de kelder: een pot verf en een kwast. Via de gevangenisbibliotheek, een museum en een kringloopbezoek heb ik toch een alleraardigste dag kunnen scheppen.

Hinrick Klugkist

Column: Psalmzingen

Ooit, het was nog in de vorige eeuw, was ik met mijn vader bij een orgelconcert van Klaas Jan Mulder. Het was op de Veluwe, in Putten. Vanuit de kerk had je mooi zicht op het orgel, dat boven de preekstoel hing, en de organist die het vanaf de zijkant bespeelde. Het viel ons op hoe doodstil Mulder zat terwijl hij aan het spelen was. “Het lijkt wel een ambtenaar,” zei mijn vader, hetgeen als zelfspot valt op te vatten aangezien hij dat zelf ook was.
Aan het slot van het concert was er samenzang. Geen idee meer wat we zongen. Het was een psalm. Uiteraard. En het ging, zoals dat heet, op hele noten. Niet ritmisch, en uiterst langzaam. Pa, die in zijn jeugd niet anders had gedaan in Yerseke, ergerde zich er aan, en zei dat hij niet snapte dat we deze manier van zingen ooit als ‘eerbiedig’ hadden beschouwd. Maar ik vond het op een bepaalde manier wel ontroerend.
Op de ledenvergadering van de lagere school deden ze het ook erg langzaam en op gelijke noten. Mijn vader probeerde met zijn stevige stem bij het openingslied het tempo wat op te voeren. Bij het slotlied voegde de voorzitter daarom voor alle zekerheid aan de aankondiging toe het ‘op gepaste wijze’ te willen zingen. Die vergadering overigens werd bezocht door alleen de vaders, want alleen zij konden lid worden.
Het waren andere tijden, denk je dan. Maar deze week las ik in de krant een verhaal van André Rouvoet en de kerk waar hij preses van de kerkenraad is. Het ging over de Christelijke Gereformeerde Kerken en de vrouw in het ambt. Rouvoet heeft het over ‘mijn’ gemeente. Hoewel ik hem hoog heb zitten vind ik dat een irritante manier van je uitdrukken. Ik zou kiezen voor ‘onze’. Maar dit terzijde. En terwijl Vrijgemaakten en Nederlands Gereformeerden in 2023 zijn samengekomen als ‘Nederlandse Gereformeerde Kerken’ dreigt er nu in Rouvoets kerk een scheuring vanwege de vrouw. Plaatselijke kerken kiezen hen soms in de kerkenraad; het is landelijk officieel niet toegestaan. Een speciaal convent gaat er over vergaderen met een aantal uitgangspunten waaronder ook de mogelijkheid dat een gemeente zich in zijn geheel bij een ander kerkgenootschap aansluit. Dat doet me denken aan een (PKN) classispredikant die in Huizinge op bezoek kwam met vooral adviezen over wat te doen als we er mee wilden stoppen…

Terug naar het niet ritmisch zingen. Ik kijk wel eens op YouTube naar de schitterende psalmimprovisaties van Sietze de Vries op zijn speciale psalmensite. Alleen op het orgel, of met solistische medewerking, komen alle psalmen langs. YouTube suggereert mij dan via zijn algoritme nog meer psalmen. Zo kwam ik terecht in de grote kerk van Dordrecht bij de serie ‘mannenzang’. Filmpjes waarin een groep mannen een psalm (berijming 1773) ten gehore brengt. Een lang voorspel, het orgel wordt niet gespaard, tussenspelen met modulaties, en de coupletten op héél lange noten. Tussen de regels veel tijd om adem te halen en dan met zijn allen weer rustig op gang voor de volgende regel. Een psalm duurt zomaar een kwartier. De kerk was afgeladen vol, met mannen waarvan het leek alsof ze zo uit het werk weggelopen waren, die vol overtuiging, en zeer fortissimo, hun psalmen zongen. Aan de ene kant moest ik er ontzettend om lachen, maar, net als in Putten ooit, vond ik het ergens ook ontroerend.
Overigens zag ik ook al filmpjes waarin vrouwen meedoen. Modern!

Kees Steketee

Kunstenaars rond Huizinge: Jannes de Vries

We zijn bezig met een serie over kunstenaars in en rondom Huizinge. In heden en verleden.
In eerdere nieuwsbrieven schreef Reint Wobbes al over Reggie Scherpbier (februari) en Fie Goudschaal (maart). In deze nieuwsbrief vertelt hij over Jannes de Vries.

Jannes de Vries was niet van hier, maar werd in1901 in Meppel geboren en woonde vanaf 1924 in de stad Groningen. Echter in 1966 koos hij Huizinge als uitvalsbasis om het Hogeland te schilderen in prachtige, gedurfde kleuren of in trefzekere tekeningen. Hij stamde uit een familie van Zuiderzeeschippers. Zijn ouders hadden echter een hotel met café dat zondags gesloten was, want de familie was kerkelijk en vrij orthodox. Jannes bezocht na de lagere school, de handelsavondschool en werkte als klerk bij een deurwaarder en daarna bij een advocaat. Hij had altijd fanatiek getekend en zijn laatste werkgever vond dat hij naar een tekenschool moest, Vader de Vries vond dat hij eerst zijn diploma boekhouden moest halen. Toen hij zijn diploma had ging hij naar de Rijks Normaalschool voor Tekenonderwijzers te Amsterdam. Na zijn opleiding gaf hij korte tijd les aan de H.B.S. te Meppel. In 1923 vertrok hij naar Parijs waar hij lessen ging volgen aan de traditionele Ecole Nationale Supéreure des Beaux Arts en onder de indruk raakte van het werk van Cézanne. 

Vanuit Parijs reisde hij vervolgens naar Rome en Florence en woonde een poos in het kunstenaarsdorp Anticoli. Via het eiland Lipari reisde hij naar Tunis waar hij naar eigen zeggen echt vond wat hij zocht. “Alles daar heeft me als een lawine overrompeld” schreef in zijn levensherinneringen, naast het landschap werd hij getroffen door de mensen hoe ze leefden en gekleed gingen. De indrukken opgedaan in Marokko en Tunis vormden de basis van zijn latere Bijbelse werk waar Bedoeïenen profeten werden en een herder met staf, Mozes.

In 1924 begon Jannes de Vries als tekenleraar aan het Stedelijk Gymnasium in Groningen. Uit noodzaak om zijn niet al te ruime salaris, begon hij met illustratie- en reclamewerk. Hij ontwierp advertenties, reclamefolders en boekbanden. Bekende ontwerpen waren de beeldmerken van Tjoklat, Red Band, Zwitsal, Broekema ‘s Koffie en Thee en Duc George Sigaren. Niet lang na zijn aankomst in Groningen werd de Vries lid van De Ploeg en nam hij een jaar later deel aan een Ploegtentoonstelling. In 1926 werd hij voorzitter van de schildersbent om een jaar later weer af te treden en zelfs te bedanken als werkend lid.  Hij kreeg een vaste aastelling als tekenleraar, had het druk met bedrijf en had een gezin. Bovendien was De Vries was ook een wat afwijkend Ploeglid, geen avant-gardist, wel had hij zich thuis gevoeld bij zijn bentgenoten, zei hij in een interview in 1971: ik vond het plezierig dat ze, hoewel ik me niet met het expressionisme bezighield, me met rust lieten. Ze hebben mij niet ingeblikt en er was ook geen sprake van wisselwerking.

Het vooroorlogse oeuvre van de Vries is poëtisch, harmonisch en rustig, maar al wel kleurig. In de jaren dertig veranderde zijn werk, in helle kleuren en felle penseelstreken schilderde hij het Groninger landschap, weg waren zijn harmonie en rust. Na de oorlog werd De Vries weer lid van de Ploeg en deed mee aan de door hen georganiseerde exposities. Hij bleef met plezier lesgeven en reisde vaak naar Zwitserland Frankrijk Italië en naar Noord-Afrika. In 1961 deed hij mee aan het project Ku(n)stvaart en voer mee met een kustvaarder naar de Oostzee.

Landschap (1948)

Na zijn pensionering in 1966 reisde ook veel, vooral in het voor- en najaar.  De bestemmingen waren Frankrijk, Zwitserland, Italië en zijn geliefde Noord-Afrika. In de zomer bleef hij thuis “Ik zit dan op het Hogeland, dat is mijn beste reis, ik heb een huisje in Huizinge, vandaar maak ik mijn tochten over het Groninger land. Ik neen dan de fiets, dan ben ik weg, ben ik in de ruimte. Het Groningerland is open en wijd en bied geen beschutting tegen de wind die alles doet bewegen en de wolken maken licht en schaduw over de wijde velden. Ik ben lang en heb een hoge fiets die ik ook gebruik als tafeltje (met een riem tussen stuur en zadel en het achterwiel tussen mijn benen)”. Jannes de Vries “genoot van de wind om zijn kop” en maakte tijdens stapels tekeningen en aquatellen die soms dienden als basis voor schilderijen.

Gezicht op Framaheerd, Huizinge

De schilderijen waren vanaf de jaren veertig tot 1966 wisselend van stijl, vaak expressief soms impressionistisch. Na 1966 werden zijn werken steeds kleuriger, emotioneler.  Het is opmerkelijk dat hij in de loop der jaren steeds meer expressionistisch ging werken terwijl de “oude Ploegleden” traditioneler, veelal meer impressionistisch gingen schilderen. In Jannes de Vries’ notities en herinneringen aan zijn reizen en de in 1981 geschreven impressies van het Groninger land spelen waarneming van kleuren en beschouwingen erover een grote rol.  Alle recensies van zijn tentoonstellingen spreken in krachtige termen over het kleurgebruik in zijn schilderijen en noemen dat een “kleurenorgie” ((Herma Hekkema 1991) of een” extatisch feest van kleur en licht” (Bé Doorten 1991). Anderen spreken van “extatisch expressionisme” en een ”forse vlakverdeling in zinderende kleuren”. In 1981 zegt De Vries in een interview: “Als ik zie dat in een landschap bepaalde maten en afstanden zo zijn dat ze de spanning van kleur in de weg staan, dan verander ik ze gewoon. Het gaat immers om de beleving van het geheel en niet om de onderdelen. Maar het is wel mijn beleving en ervaring. De kleurenverhouding kun je zien als orkestrale composities. Er zijn eerste en tweede fluiten, hoge en lage stemmen. Al deze dingen voegen zich samen tot één symfonie. Kleuren in een schilderij beïnvloeden elkaar en de Vries schreef extatisch over de Groningse koolzaadvelden: ‘een lucht van roze-violet door “t gedonder van geel en over koolzaadvelden die oogverblindend geel de lucht tot hard paars knetteren”.

Bijbelse schilderijen en tekeningen

Vanaf 1957 begon De Vries Bijbelse voorstellingen en personen te tekenen en te schilderen. De verhalen uit het oude boek beeldde hij uit met taferelen uit Noord-Afrika.  Bedoeïenen werden profeten en straattypen apostelen.  Een bruiloft in Marokko werd de bruiloft van Kana en Jezus voor Pilatus als een peinzende man die je op markten straten van Kairouan kunt aantreffen (Han Drijvers)an 

Gezicht op Huizinge (1972)

Jannes de Vries stierf op 8 december 1986 een dag na de afsluiting van een grote tentoonstelling van zijn werk in het Drents Museum. Een man die zijn eigen koers bepaalde, een eenling die eens zei: Zo is het met een schilder. Je hoort nergens bij, alleen met Gods ruimte om je heen. En naast de ruimte het helle stofvrije licht.

Reint Wobbes 2024.

Bronnen:
Jannes de Vries 1901-1986 door Han Drijvers en Henk van Os, 1989.
Ku(n)stvaart, Groninger Museum 8 december 1961 t/m 7 januar 1962.
Jannes de Vries door Francis van Dijk e.a. 2004.
Het boek Job tekeningen anno 1968 door Jannes de Vries Groningen.
Groningen getekend door Jannes de Vries samengesteld door A. Bakker.
Archief Reint Wobbes; o.a. veel krantenartikelen.
De Ploeg 1918-1941 de hoogtijdagen Cees Hofsteenge onder redactie van prof. Dr. H.J.W. Drijvers.

Te gast in Westeremden

‘Er komt vast niemand,’ zei Just tegen me, toen hij op 25 februari als eerste aan de beurt was om voor te gaan in de Andreaskerk bovenop de wierde in Westeremden. ‘Zo’n nieuwe, andere plek, en toch ook wat verder weg voor sommigen…’

‘Ik denk dat iedereen juist heel benieuwd is!’ zei ik. En inderdaad, de kerk liep vol. Nog wat onwennig werd er gezocht naar een zitplek; links, of juist rechts van het gangpad? Vooraan of achteraan? Uiteindelijk toch vaak zo dicht mogelijk bij de plek die ons in Huizinge al vertrouwd was. Er ging voor de dienst wat meer opgewonden geroezemoes door de kerk dan gebruikelijk.

Ook op dinsdagavond, cantorij avond, was het zoeken. Twee rijen achter elkaar, of toch naast elkaar zingen. Hoe klinkt het hier? Hoe krijgen we hier meer licht…? En hoe moet het met de bloemen, de katheder, de microfoon, de leeskaarsen?

Baken in al deze onbekendheden was en is Jan Olthof, Westeremder en vertrouwd met elke steen van dit gebouw. Hij weet van alles hoe het (niet) werkt, en niets is hem teveel.

Al snel werd het Palmpasen, Stille Week, Pasen. Wat bijzonder om in de late middagzon de Andreaskerk te naderen, het warme licht op de oeroude baksteen te zien, en zelfs een ransuil gedempt te horen roepen vanuit de statige taxusboom op het kerkhof. We maakten prachtige diensten mee. Ook het rondje om de kerk op zaterdagavond ging goed, mede dankzij de tuinlantaarns die Jan Olthof strategisch naast het bakstenen pad had geplaatst.

De eerste nieuwigheid is er inmiddels af.

Het is fijn om na afloop koffie te mogen drinken in het dorpshuis, aan tafeltjes te zitten, elkaar beter te kunnen verstaan.

En ik verbeeld me dat wij met z’n allen die prachtige, eerbiedwaardige Andreaskerk ook gaandeweg een beetje opwarmen, en hem doen terugdenken aan de eeuwen dat hij nog elke zondag onderdak bood aan zijn gemeente.

Barbara de Beaufort

22 mei 2024: viering 25 jarig jubileum Zeemanshuis in de Eemshaven

Het bestuur van de Stichting Koopvaardijpastoraat Groningen en pastor Sven Standhardt nodigen ons als gemeente van Huizinge uit voor de viering van het 25 jarig jubileum van het zeemanshuis op 22 mei a.s. om 13.00 uur.

De Stichting Koopvaardijpastoraat werd in 1998 opgericht op initiatief van de lokale kerkgemeenten binnen de classis Appingedam / Delfzijl. Vanuit dit initiatief is ook het aan de Stichting verbonden zeemanshuis in de Eemshaven voortgekomen. Aanvankelijk was het zeemanshuis nog bescheiden van omvang, maar inmiddels worden er per jaar ruim 10.000 zeevarenden ontvangen. Daarnaast verleent de Stichting pastorale zorg door middel van scheepsbezoeken en persoonlijke ontmoetingen met zeevarenden door pastor Standhardt.

Tijdens de viering wordt het werk van de Stichting nader toegelicht. Het bestuur omschrijft de scheepvaartwereld als een dynamische wereld waar voortdurend veel ontwikkelingen zijn en wil daarom graag op 22 mei met de bezoekers van gedachten wisselen hoe de Stichting samen met de betrokken kerken haar werk voort kan zetten.

Het programma op 22 mei ziet er als volgt uit:
vanaf 13.00 uur inloop met koffie / thee. Om 13.30 uur de opening. Van 13.40 tot 14.30 uur presentatie over het werk van het zeemanshuis en de pastor. Daarna pauze en vervolgens een plenaire discussie waarna de middag om 15.45 wordt afgerond.

U kunt zich voor de viering opgeven voor 1 mei via: missioneemsheaven@gmail.com of telefonisch: 06-50490803

Drie bijeenkomsten van ‘de rode draad’

Vanaf 18 januari waren er drie bijeenkomsten in de Paardenstal met een groepje gemeenteleden. Onder leiding van Barbara verkenden we via drie opdrachten de rode draad in ons leven op het gebied van geloof en religie.
De opdrachten bestonden uit vragen waar we in eerste instantie alleen en schrijvend mee aan de slag gingen. Daarna kon je, als je dat wilde, met de anderen delen wat je had opgeschreven en hebben we elkaar geïnterviewd.
De vragen gingen onder andere over het ervaren van heilige ruimte, waar je thuis bent of waar je juist weg wilt en over wat je door zou willen geven van je eigen ervaringen en ontdekkingen in het geloof.

Tja, en hoe maak je daar nu inhoudelijk verslag van. We hebben onze verhalen gedeeld en ze soms voor onszelf gehouden. Het was ook persoonlijk. Om toch iets te beschrijven heb ik de hulp van een kunstwerk ingeroepen, zie bijgaande foto van het werk  Uncertain journey, van Chiharu Shiota. Een onzekere reis.

We kwamen met onze levensbootjes van heel verschillende kanten de knusse Paardenstal in gevaren en namen alle rode draden die we onderweg verzameld hadden ons mee. De draden waren aardige bolletjes geworden in de tijd. Met het afwikkelen ervan zagen we hoe die draden ons gevormd en beschermd hadden. Maar ook dat ze ons soms het zicht hadden benomen en we aardig moesten zoeken in het leven om dat zicht, of een andere kijk, weer te vinden.

Er kwamen verschillende bronnen van inspiratie voorbij zoals de natuur met het boek Pelgrim langs Tinker Creek van Annie Dillard.  Het boek Alle mensen zijn sterfelijk van Simone de Beauvoir naar aanleiding van een gedachte over eeuwig leven.
Een lied was er ook : De engelbewaarder van Harrie Jekkers. Rij trouwens niet harder dan je engelbewaarder vliegen kan!
Wat was het goed om in alle rust te kunnen schrijven, vragen binnen te laten komen en inhoudelijk met elkaar in gesprek te raken. De vragen en gesprekken waren geen afsluitend geheel, eerder een aanzet tot proces van denken waar je thuis mee verder kon/kan. De werkvorm die Barbara voor deze bijeenkomsten had gekozen was voor iedereen een hele goede en daar hebben we haar echt voor bedankt. Het was misschien kort die drie keer maar mogelijk ook precies goed in het licht van de rode draad die doorgaat in je leven.

Daarom sluit ik af met het laatste vers van het gedicht Geduld van Rilke.

Het komt erop aan
alles te leven.
Als men vragen leeft,
leeft men wellicht allengs,
zonder het te merken,
op een bijzondere dag,
het antwoord binnen.

Aria Hoogendoorn

15 of 22 mei: Kerkenpad langs vier kloeke kerken

(Ook voor hen, die de expositie reeds bezochten….)

Bedacht ineens, dat er misschien interesse is om op 15 of 22 mei mee te gaan langs de kerken van Fransum, Leegkerk, Oostum en Ezinge. Op elk adres treffen we een ‘gastheer of gastvrouw’ die vertelt.

Om 11.00 uur is er al een groep binnen het Wierdenmuseum.
Wanneer jullie mee willen, kom dan om 11.45 uur naar de parkeerplaats achter het Wierdenmuseum in Ezinge.
Meld je wel even aan (en gebruik uw Museumjaarkaart). Zelf voor een lunchpakket zorgen. Thee en soep zijn daar verkrijgbaar. Wel even contanten mee, een pinautomaat is hier niet.
Het artikel “Sporen rondom de kerk” (waarom roestige rails toch cultuurhistorische waarde hebben) in het laatste magazine GK van de Groninger Kerken kwam op het juiste moment.

Het afgraven van de wierden van o.a. Ezinge en Oostum sluit prachtig aan bij onze ‘expeditie’.
In dat artikel ook een link naar de spoorrails in Westeremden.

Jaap Boersema
06 21821524
jaap.boersema@planet.nl)