De commissie Vorming en Toerusting organiseert tal van activiteiten zoals bijvoorbeeld leerhuis- en thema-avonden, gespreksgroepen, poëziebijeenkomsten en wat dies meer zij. De activiteiten bieden  de kans anderen te ontmoeten buiten de wekelijkse diensten om en samen te leren. Het streven is om het aanbod divers te houden zodat er voor iedereen wel iets bij zit wat aanspreekt. De bijeenkomsten worden doorgaans gehouden in ‘De Paardenstal’ in Huizinge. Bij grote belangstelling wordt uitgeweken naar ‘’t Ol Schoultje’, eveneens in Huizinge.

Programma van de winteractiviteiten 2022-2023

zo 18 september 2022, 14:30 uur,
Excursie naar de kerkboerderij bij de familie Westing

do 20 oktober 2022, 19:45 uur,
De Paardenstal:
Rein Pol, over zijn werk

zo 15 januari 2023, 14:30 uur,
Koor van de kerk:
Kees Steketee, kerkorganist door de jaren heen

do 19 januari 2023, 19:30 uur,
De Paardenstal:
Andries Visser, sterven en onsterfelijkheid I

do 2 februari 2023, 19:30 uur,
De Paardenstal:
Andries Visser, sterven en onsterfelijkheid II

do 2 maart 2023, 19:30 uur,
De Paardenstal:
Just van Es, de taal van de liturgie I

do 16 maart 2023, 19:30 uur,
De Paardenstal:
Just van Es, de taal van de liturgie II

Terugblik (1): zo 18 september 2022, 14:30 uur
De Kerkboerderij / Weem van Huizinge.

Het was een herfstige dag met veel buien en een stevige wind, maar ondanks dat hadden zich op deze zondagmiddag een kleine 35 man verzameld voor de excursie bij de boerderij van Arent en Wendelien Westing. Zij zijn de bewoners van de kerkboerderij in Huizinge. Vanwege het weer hadden we ons kamp opgeslagen in de stal en zaten genoeglijk op stropakken, wat trouwens heerlijk warm is. De middag begon met een welkomstwoord van Grietje waarna Betty ons het een en ander vertelde over de geschiedenis van ‘de Weem’, de oude benaming van de kerkboerderij. De boerderij werd van oudsher bewoond door pastoors of priesters en later dominees.

Het was een zeer interessante lezing en zoals Betty memoreerde: kennis van het verleden is nodig om het heden te kunnen begrijpen. De lezing zal binnenkort integraal verschijnen in de nieuwsbrief en op de website.

(de lezing is te zien aan het eind van dit verslag)

Daarna nam Arent Westing het woord en vertelde ons over het bedrijf. Het is een melkvee bedrijf  met een kleine 45 melkkoeien en daarnaast nog jongvee. In het verleden is er wel over uitbreiding gedacht, maar er waren nogal wat haken en ogen en toen de zaak eindelijk in kannen en kruiken was en er een stal bijgebouwd kon worden, werd er nog eens goed nagedacht en is er uiteindelijk toch van afgezien. “Het is mooi zo, het is een goed behapbare hoeveelheid werk, en er blijft ook tijd over voor andere dingen. Het is genoeg om prettig van te leven, samen met het inkomen van Wendelien.  De meeste boeren hanteren het motto van de drie G’s; groot, groter, grootst. Wij leven ook volgens drie G’s; genieten, genieten en genieten”, aldus Arent. “We hebben genoeg te eten en meer kunnen we toch niet op. En zo geniet je ook van het boerenleven, het dicht bij de natuur staan, ‘s ochtend vroeg het land zien ontwaken, de zon zien opkomen, kortom, het is een mooi leven”.  En dat het een goed bedrijf is blijkt ook wel uit het feit dat Arent in 2019 in de top 25 van beste melkleveranciers van Friesland Campina kwam. Om dat te bereiken moet er aan strenge eisen voldaan worden qua hygiëne, kwaliteit, voedselveiligheid, dierenwelzijn, duurzame productie en weidegang.

We kregen een rondleiding door het bedrijf waar we ook de gebouwen konden bekijken. Er blijkt de nodige aardbevingsschade aan met name de oude schuur te zijn en daar zal met de NAM het een en ander geregeld moeten worden. Maar er moet ook hoognodig flink onderhoud aan de schuur gepleegd worden wat daarbuiten valt; er moet asbest worden verwijderd, het dak moet flink aangepakt worden en ook van binnen is er een en ander nodig om de schuur ook voor de toekomst gereed te maken. Hij is niet meer berekend op de huidige grote machines; er zullen aanpassingen moeten komen. Overigens is het gebouw beeldbepalend voor het dorp en het mag daarom ook niet afgebroken worden, waar je trouwens ook niet aan zou moeten denken!
Kortom, er rust wel een flinke verantwoordelijkheid op ons als gemeente. Dankzij de financiële opbrengst van de kerkboerderij kunnen we bestaan als kerkgemeenschap, maar dat schept ook verplichtingen.

Het was ontzettend fijn dat er zoveel gemeenteleden en ook veel dorpsgenoten aanwezig waren die de schoonheid van dit boerenbedrijf, maar ook de noodzaak tot groot onderhoud (op korte termijn) hebben gezien.

Er was een korte pauze met koffie, thee en -zoals we in Huizinge gewend zijn- heerlijke zelfgebakken cake.

Hierna nam Jacob van Wolde, het woord. Jacob is hovenier, woonachtig in Huizinge en werkzaam voor Cruydt-Hoeck.  Dit bedrijf heeft als doelstelling meer biodiversiteit te creëren met bloemrijke vegetaties voor plant, dier en mens. Met gedegen praktisch en ecologisch advies helpt Cruydt-Hoeck gemeenten, (groen)bedrijven, en particulieren met het creëren van succesvolle bloemenweides.

Een gedeelte van het land behorend bij de boerderij wordt aangewend om gewassen te telen om daaruit zaden te winnen voor Cruydt-Hoeck. Jacob nam ons mee naar het perceel waar de gewassen worden verbouwd en vertelde over het telen ervan en het complexe proces om de zaden te winnen. En zijn speciale machines ontwikkeld om te oogsten, en in sommige gevallen gebeurt het zelfs handmatig. Het was een boeiend betoog en het was bovendien een heerlijke wandeling met een inmiddels stralende zon, een prachtige wolkenlucht, met nog wel een stevige wind.

Teruggekomen in de stal werden de sprekers bedankt, -in het bijzonder ook nog Arent en Wendelien Westing voor hun gastvrijheid- middels een mand met biologische producten.
Het was een geweldige middag waar we met veel plezier op terug kijken. De opkomst was bijzonder goed. Het is mooi dat zovelen hebben kunnen zien hoe mooi het bedrijf is maar ook dat er wel het nodige moet gebeuren.  Tijdens de komende gemeenteavond zal een en ander ook nog aan de orde komen. En voor wie dat wil: iedereen is welkom om te komen kijken, zegt Arent, maar wel even bellen van te voren.

Gera van der Hoek

De lezing door Betty van der Molen

 

“De commissie winteractiviteiten heeft mij gevraagd of ik u tijdens deze excursie naar de kerkboerderij iets wil vertellen over de geschiedenis van de weem die hier eeuwenlang op deze historische plek heeft gestaan. Ik voldoe met veel plezier aan dit verzoek. Ik heb o.a. informatie van Reint gekregen, waarvoor mijn hartelijke dank, en verder heb ik mij verdiept in boeken van G.A. Wumkes, Evert Westra, en K. ter Laan.

Wij beginnen deze middag met een duik in de geschiedenis. Immers, een bekend gezegde luidt: kennis van het verleden is nodig om het heden te kunnen begrijpen. Voor onze kerkboerderij betekent dit: dat om te weten waar je met de kerkboerderij heen wilt, moet je weten waar de kerkboerderij vandaan komt.

K. ter Laan schrijft in zijn Nieuw Groninger Woordenboek dat weem de oude naam is van de pastorieboerderij. Vroeger was het wedeme, en dat betekent aan de Kerk geschonken goed.

Ooit was de weem in Huizinge een houten huis waarin Emo van Huizinge heeft gewoond, die hier rond het jaar 1200 pastoor was. Later werd hij stichter van het klooster Bloemhof te Wittewierum. Toen rond 1200 het in baksteenbouwen aanving, zal er na verloop van tijd een steenhuis zijn gebouwd. Misschien is in de 16e of 17e eeuw ook het boerderijgedeelte in steen opgetrokken.

In 1953 is het voorhuis van de weem, het middeleeuwse gedeelte, afgebroken. De heer Brongers uit Middelstum die tevergeefs had geprobeerd de afbraak te verhinderen, beschreef in 1953, in het Groninger Landbouwblad het middeleeuwse deel van de weem. De muren van het voorhuis waren 75-95 cm dik en bestonden uit kloosterstenen met een buitenwerks grondvlak van ca 13 meter 60 bij 6 meter 70 met daarin een sael en een opkamer. Het sael had een oppervlak van ongeveer 8 bij 5½ meter en was 5½ meter hoog en had een grote schouw tegen de korte muur en diepe vensternissen. De opkamer mat 4 bij 5 meter en had eveneens een grote schouw tegen de korte buitenmuur. Het was de studeerkamer van vele pastoors en predikanten; de kerkenraad vergaderde ook in deze opkamer.

Ik heb van de familie Westing begrepen dat de kelder nog aanwezig is en ook de voordeur en enkele bovenramen zijn bewaard gebleven bij de afbraak in 1953. Deze voordeur en de bovenramen bevinden zich nu in de voorgevel van het huis. U kunt ze tijdens de excursie bekijken. Het huis waarin de familie Westing nu woont, was toen de weem er nog stond, het middenhuis en dit middenhuis werd in 1858 gebouwd.

Vanaf de kerkboerderij loopt aan de oostkant een pad naar de kerk dat eeuwenlang werd gebruikt door priesters en later door dominees voor de kerkgang en voerde in rooms katholieke tijd rechtstreeks naar de priesteringang bij het koor, de plek waar nu de preekstoel staat.

Als u daar dan toch bent, ziet u tussen het huis en de kerk de voormalige weemtuin , aangelegd door dominee Snoek. Dominee Snoek is in 1826 tot predikant van Huizinge benoemd door jonkheer Goosen Geurt Alberda van Dijksterhuis, die hier het collatierecht uitoefende, het recht van de adel om predikanten te benoemen. In de tuin heeft dominee Snoek een theekoepel laten bouwen, waarschijnlijk op een lage heuvel aan de rand van de tuin met uitzicht op de landerijen. De tuin is nu enigszins verwilderd en ik heb mij door Jacob Hogendorf laten vertellen dat er  Turkse lelies groeien en mogelijk andere bijzondere planten, en er staat een grote dode kastanje- of notenboom, de meningen hierover zijn verdeeld.  Vanwege de kwetsbare planten is het niet de bedoeling dat u door de tuin loopt, maar vanaf het pad dat aan de oostkant van het voorhuis  naar de kerk voert, kunt u de tuin bekijken.  Bij de weem ten zuidoosten van de schuur lag een viskenij of dobbe die in de 20e eeuw werd gedempt.

Ik vertelde al van Emo van Huizinge die hier omstreeks 1200 pastoor was. De pastoors waren, evenals de predikanten vanaf 1594, naast herder en leraar, ook landbouwer op de pastorieboerderij.

In de Groninger Volksalmanak van 1842 vinden we een opgave van de predikantsalarissen uit het jaar 1654 in de provincie, en dat varieert van 75 tot 575 gulden per jaar. Uit de opbrengst van de zogenaamde pastoralia kregen de predikanten aanvulling op dit inkomen. Dit kwam door zelf de boerderij te runnen, door koeien en paarden te houden en het land te bewerken, of het geheel of ten dele te verhuren of te verpachten.

In 1657 was Dirk Hamer hier predikant. In de Groninger Volksalmanak van 1897 komt een zinsnede voor die ons de positie van de pastor/boer verduidelijkt. “Hamer had als predikant vele bouwlanden in gebruik, die hij zelf liet bewerken, het koorn liet dorschen en het stroo verkopen. Hij hield daarvoor paarden en op zijn weilanden vee, en had een uitgebreid landbouwbedrijf”.

Dat het aardse beroep soms prevaleerde bleek o.a. toen dominee Isebrandus Kuylman, die hier van 1710 tot 1752 dominee was, door de classis gedwongen werd om vanaf de kansel schuldbelijdenis af te leggen vanwege het feit dat hij op zondag aan het hooien was geweest en daarom de preek verzuimd had.

Sommige veldnamen in het kerkenland herinneren aan degenen die het land blijkbaar zo lang huurden dat de kavels hun naam kregen: BakkersTwij, Smids Twij, Schoumoakers Drij, Koepers Vaaier. Twee veldnamen wijzen erop dat het kerkenland ook zware grond bevat: Peerdemoorder en Gemaine Drij. De getallen duiden op het aantal grazen, ongeveer een halve hectare. Ik ben benieuwd of deze namen nu nog enigszins leven in het dorp en of het bekend is waar deze kavels lagen. Door de ruilverkaveling zijn sloten gedempt en de kavels vormen samen grotere percelen.

De laatste predikant/boer in Huizinge was dominee Mees, hij was hier dominee van 1848 tot 1890. Mees was een enthousiaste boer en paardenfokker, hij beroemde zich erop dat hij met zijn tweespan in een uur naar Groningen reed.

Tot zover mijn terugblik op de geschiedenis van de weem. Ik heb u in een kort tijdsbestek met veel getallen vermoeid, te veel om te onthouden. Mogelijk kan deze korte beschrijving van de geschiedenis van de Weem opgenomen worden in onze Nieuwsbrief.”

Betty van der Molen

 

do 20 oktober 2022, 19:45 uur
De Paardenstal: Rein Pol (Groningen 1949) vertelt over zijn werk

Op een nog nader te bepalen locatie, waarschijnlijk De Paardenstal, zal Rein Pol vertellen over zijn kunst en zijn leven als kunstenaar.
Hij doet dat met behulp van afbeeldingen van zijn website (www.reinpol.nl) en filmbeelden.
Rein werkt vanaf 1976, toen hij afstudeerde aan de Groninger Academie Minerva, als figuratief kunstschilder. Eerst in de stad Groningen en vanaf 1986 in Stedum. Pol wordt wel gerekend tot de groep van de Noordelijke Figuratieven.
Zijn thema’s zijn onder meer: de mens, stillevens (vaak met muziekinstrumenten), levende en dode dieren, landschappen met treinen (de bekende Blauwe Engelen) en ook wel fantasie onderwerpen zoals dobberende trommels.
Rein werkt graag in series en een rode draad in zijn werk is vaak ‘vergankelijkheid’.
Naast zijn werk in het atelier gaf Pol jarenlang les aan studenten van Academie Minerva en tot op de huidige dag doceert hij aan de Klassieke Academie voor schilderkunst. Zijn werk was te zien in binnen- en buitenland, onder andere in de VS en twee maal in China.
Belangrijke solotentoonstellingen had hij in Eelde – De Buitenplaats, Zeist – Slot Zeist en nog niet zo lang geleden in de Groninger Martinikerk.
Op dit moment zijn er schilderijen van hem te zien in Delft – het Vermeer Centrum en De Oude kerk, in Appingedam – Museum Stad Appingedam en Museum Møhlmann.
Op 15 oktober begint zijn overzichtsexpositie in Slochteren, in de Groninger Fraeylemaborg en het koetshuis.

U kunt zich, bij voorkeur per mail, voor 15 oktober a.s. opgeven bij Betty van der Molen: bvandermolen2017@gmail.com

zo 15 januari 2023, 14:30 uur
Kees Steketee, kerkorganist door de jaren heen

Er was ooit een tijd dat je als gereformeerde organist kerkdiensten kon begeleiden als je in staat was de 150 psalmen te spelen. Dat waren de enige liederen die werden gezongen.
Toen ik zelf, ergens in de zestiger jaren van de vorige eeuw organist werd in mijn woonplaats, Nieuwerkerk, op Schouwen-Duiveland, hadden we al 59 gezangen. Een klein boekje, achterin het psalmboek geplakt.
Ik kreeg meestal pas op zaterdagavond een briefje met de te spelen liederen. Maar ik maakte ooit zelfs een predikant mee die weigerde dat briefje in te leveren. De organist kon toch wel horen welke psalmen hij wilde laten zingen. Hij kondigde ze toch altijd twee keer aan!
Later kregen we 119 gezangen, in het liedboek van 1973 stonden er 491 en sinds 2014 hebben we meer dan 1000 liederen in onze bundel staan.  

Het leek de commissie winteractiviteiten een goed idee mij eens te vragen op een zondagmiddag in januari wat te vertellen over de geschiedenis van het orgelspel in de kerk.
Hoe die middag er uit gaat zien weet ik bij het verschijnen van dit bericht (25 augustus 2022) nog niet. Ik stel mij voor wat dingen te vertellen en vooral ook te laten horen. Ernstige zaken en wellicht ook wat aardige anekdotes over de belevenissen van een enthousiaste dorpsorganist.

Kees Steketee.

Tijd en plaats: zondagmiddag 15 januari 2023, 14:30 uur, in het koor van de kerk

U kunt zich, bij voorkeur per mail, voor 8 januari 2023 opgeven bij Gera van der Hoek, gera.vdhoek@tele2.nl

do 19 januari 2023 en do 2 februari 2023, 19:30 uur
Andries Visser, Sterven en onsterfelijkheid – ‘eenvoudige problemen’

Bijna twee jaar – we begonnen tijdens het ‘corona-jaar 2021 – hadden wij thuis met twee nog jonge mensen eens in de veertien dagen een kring over Kierkegaards filosofische hoofdwerk, het Afsluitend onwetenschappelijk Naschrift. Daarin maakt hij op een gegeven moment, nogal ironisch, onderscheid tussen de gebruikelijke wetenschappelijk-filosofische problemen (over heel de mensheid en de wereldgeschiedenis), en de ‘eenvoudige problemen’, waar ieder mens – ook een filosoof voor zover hij zich nog bewust is een gewoon mens te zijn – mee worstelt, of mee zou moeten worstelen. Enkele van die problemen stelt hij vervolgens aan de orde, bijvoorbeeld: de meeste mensen, ook bijna alle filosofen, zijn getrouwd, maar wat is dat eigenlijk ‘trouwen’?

En dan komt hij daar ook op de twee simpele problemen die wij in navolging van hem aan de orde zullen stellen op een tweetal donderdagavonden in de ‘Paardestal’: sterven en onsterfelijkheid. Over elk van deze vraagstukken stelt hij in kort bestek meer dan dertig vragen, zodat het hopelijk even zal duren voordat de filosofen weer overgaan tot de ‘moeilijke problemen’, want het lijkt toch niet te veel gevraagd om eerst de eenvoudige enigszins te verhelderen.

Dat hoop ik met jullie te gaan doen: in het spoor van Kierkegaard nadenken over sterven en onsterfelijkheid. En dat lijkt mij in deze tijden van toenemende angst voor ziekte en dood geen luxe tijdverdrijf.

Andries Visser

De bijeenkomsten vinden plaats op 19 januari en 2 februari 2023, telkens van 19.30 – 21.30 uur.

U kunt zich, bij voorkeur per mail, voor 12 januari 2023 opgeven bij Liesbeth de Voogd, liesdevoogd@gmail.com

do 2 maart 2023 en do 16 maart 2023, 19:30 uur
Just van Es, De taal van de liturgie

De liturgie heeft aan één kant iets vanzelfsprekends.  Zo doen we dat al zo lang.

Op die manier en met zulke woorden. Maar het kan gebeuren dat ineens die vanzelfsprekendheid wegvalt en je je afvraagt: wat doen we hier toch met deze woorden.  Wie niet aan kerkdiensten gewend is zal zich wel helemaal verbazen. 

Is er in onze ervaring iets veranderd? Ik  spreek steeds vaker kerkgangers  die zeggen er soms wel moeite mee te hebben.  Daarom is het misschien een goed idee om eens wat tijd te nemen, twee avonden in dit geval, om ons daar wat nader op te bezinnen.  Wat doen we eigenlijk in de kerk, als we bidden, als we elkaar zegenen, votum en groet elkaar toespreken, etc.  In die vormen en met die woorden?  En wat doet het ons (wel of niet)?

Just van Es

De bijeenkomsten vinden plaats op donderdagavond 2 en 16 maart 2023, telkens van 19.30 – 21.30 uur.

U kunt zich, bij voorkeur per mail, voor 23 februari 2023 opgeven bij Grietje Schanssema, geschansema@hetnet.nl

 

Programma 2021-2022

Terugblik (5): poëziemiddag over Anna Achmatova met Jan Hovy

Voor vanmiddag staat de Russische dichteres Anna Achmatova (1889- 1966), geboren te Odessa, op het programma.
We komen bijeen in de Paardenstal, waar Jan ons verrast met een mooi vormgegeven bundeltje met gedichten van de dichteres. Jan vertelt over achtergronden, over haar leven, over wie zij was.
Twee echtgenoten zijn geëxecuteerd en haar zoon Lev zit gevangen, omdat hij haar zoon is en zij een maatschappij kritische dichter, die van 1922 – 1940 niet mag publiceren. (Dat kan weer in de tijd van Gorbatsjov.)

We zullen ons vooral bezig gaan houden met het Requiem, wat heel passend blijkt te zijn in deze tijd van oorlog in de Oekraïne.

Zo schrijft zij in 1961:
Nee, niet onder vreemde vleugels leven,
Onder een vreemd zwerk, op vreemde grond,-
Ik ben destijds bij mijn volk gebleven,
Daar waar zich mijn volk, helaas, bevond.

In de jaren van de Jezjov terreur brengt zij 17 maanden door in de rijen voor de gevangenis in Leningrad, waar haar zoon zit. De vrouwen wachten dagelijks uren in de rij met een pakketje;  als dat wordt aangenomen betekent dat dat man of zoon nog in leven is; als het wordt geweigerd dan is diegene dood.

Aangrijpend is haar voorwoord:
Op een keer ‘herkende’ iemand mij. Een vrouw met blauwe lippen, die achter mij stond en mijn naam daar natuurlijk nog nooit had gehoord, ontwaakte op dat moment uit de verstarring waarin wij allemaal verkeerden en fluisterde in mijn oor (iedereen fluisterde daar):
-Kunt u dit beschrijven?
En ik zei:
-Ja, dat kan ik.
Toen gleed er een spoor van een glimlach over wat ooit haar gezicht was geweest.

Dit beschrijven betekent dat het niet verloren gaat, dat wij niet verloren gaan, dat we worden herinnerd. Het requiem is rauw, zeer hevig en ontstellend.

En toch, door er samen bij stil te staan en over te praten onder de aangename begeleiding van Jan, wordt de middag niet loodzwaar.
Het was prettig dat we met 9 personen waren, waardoor de bespreking rustig en open kon verlopen.
Het requiem is een kleine keuze uit haar werk. Ze heeft veel geschreven, stof te over voor nog eens een middag over Anna Achmatova!

Anne Timmer

Terugblik (4): De opera Parsifal van Richard Wagner
door Liesbeth de Voogd, 3 april 2022

Liesbeth de Voogd nam een gezelschap van zo’n tien geïnteresseerde Huizingers mee in haar enthousiasme voor opera in het algemeen, en de Parsifal van Wagner in het bijzonder.
Frank Colstee probeerde achteraf om iemand van de aanwezigen te vinden om over deze middag een impressie te schrijven voor de nieuwsbrief. Toen ik op zaterdag 9 april bezig was de banken van de kerk in de olie te zetten, bleek dat nog niemand het had aangedurfd om een samenvatting van deze bijzondere middag te maken.

Ik schrijf met plezier, maar geen samenvatting. Voordat ik aan dit stukje begon keek ik even op wikipedia, daar staat een uitstekende samenvatting, dus waarom zouden we dat in Huizinge nog een keer doen, nietwaar?
Wat ik leuk vind om te vertellen, is hoe leuk de middag was. Niet leuk in de zin van grappig, maar gezellig, interessant, ontroerend, overweldigend. En vooral, de middag vloog om, terwijl ik even een zinkend gevoel kreeg, toen Liesbeth om drie uur zei dat we om half zes toch wel zouden afronden. Nee toch? Zo lang? Toen ik er eenmaal door was, vloog de tijd. Zelfs zonder pauze om met een kopje thee en heerlijke zelfgebakken cake op verhaal te komen, had ik geen benul van tijd meer. Dat kwam door Liesbeths heldere uitleg van het verhaal en de fragmenten uit een registratie van de opera, die Hinrick probleemloos op het juiste moment tevoorschijn toverde op het scherm. Vooral toen de ondertiteling erbij kwam ging alles voor mij leven.

Henk Fels was als ervaringsdeskundige aanwezig, omdat hij, al vanaf dat hij student aan het conservatorium was, in Bayreuth mee heeft gedaan aan de Parsifal. Hij beleeft de opera van binnenuit. Liesbeth liet zich ook makkelijk overhalen om een extra stuk te laten zien en horen op verzoek van Henk.

U merkt het, van mij geen enkele reflectie op klankkleur, regie, soort muziek, of enscenering. Ik heb me onder laten dompelen en kwam zonder ademnood boven. Ik denk dat ik nu de moed heb om nog eens naar een hele uitvoering van vier en een half uur te gaan.
En zoiets wordt me zomaar in de schoot geworpen op tien minuten fietsen van mijn huis, wat een rijkdom.

Caroline Lemmens

Terugblik (3): De eerste vrouw, door Caroline Lemmens, 17 maart 2022

Met een mooie groep zitten we in t Ol Schoultje. Caroline (Lemmens) heeft een prachtig boekje gemaakt met daarin Koranverzen over het ontstaan van de eerste mensen, Adam en Eva.

Koran 4:1 O mensen vrees jullie Heer die jullie uit één wezen geschapen heeft die uit hem zijn echtgenote schiep en die uit hen beiden vele mannen en vrouwen heeft voortgebracht. Vreest God uit wiens naam jullie elkaar iets vragen en respecteert de verwantschapsbanden. God is opziener over jullie.

De verwantschapsbanden. Dat woord trof mij. Man en vrouw zijn verwant, maar ook de verwantschap met elk mens van welk geloof en uit welke cultuur ook. Verwantschap met de dieren. En ja, al zal de Islam het misschien niet met me eens zijn, ook de verwantschap met God.

De Koran spreekt over de schepping en de eerste mensen. Maar vertelt geen verhaal. De verhalen worden als bekend veronderstelt. Wat de Koran ermee doet, is aansporen: vrees God. Zoals ook het Oude Testament spreekt over de ‘vreze des Heren’.

Het Koranvers hierboven suggereert dat eerst de man is geschapen en daarna de vrouw. Caroline vertelt dat deze interpretatie (in de Islam mag niet gesproken worden van een vertaling) niet de meest getrouwe is.

Een andere interpretatie van Koran 4.1 zegt: “O mensen vreest jullie Heer die jullie uit één ziel geschapen heeft, die uit haar (= de ene ziel) haar partner schiep en die uit hen beiden vele mannen en vrouwen heeft voortgebracht en verspreid.”

Hierin is niet onderscheiden of de man uit de vrouw of andersom is geschapen.

We lezen verzen die doen denken aan het Genesisverhaal: Adam geeft de dieren namen. En over Iblies, de gevallen engel, de Satan. Het is Iblies die Adam en Evan verleidt tot het eten van de boom die God verboden had. “Jullie Heer heeft jullie alleen van deze boom afgehouden opdat jullie geen engelen zouden worden of zouden gaan behoren tot hen die altijd blijven leven”.

Het opvallende verschil met de Bijbel is dat beiden van de boom eten en beiden door God ter verantwoording worden geroepen. Terwijl ik dit schrijf, hoor ik in gedachten de bas zingen in de Huizinger scheppingscantate: “Eva waarom deed je dat”.

Koran 2.30 Toen jouw Heer tot de engelen zei : “Ik ga op aarde een plaatsvervanger aanstellen”, zeiden zij: “Gaat U daar iemand aanstellen die er verderf brengt en bloed vergiet, terwijl wij U lofprijzen en Uw heiligheid eren?“ Caroline schrijft daarbij dat het een uniek inzicht van de Koran is dat het scheppen van mensen geen goed idee is. En ja, als ik de krant heden ten dage opsla, dan hebben die engelen gelijk gehad. Bij dit vers moest ik wel denken aan het zondvloedverhaal. God, die spijt krijgt over het feit dat hij de mens heeft gewild.

Er ontstaan boeiende gesprekken. De vraag hoe het kan dat tot op de dag van vandaag de rol van de vrouw bepaald is door de uitleg van deze verhalen uit Bijbel en Koran. Want het zijn met name commentaren en geschriften over de Bijbel en De Koran die zowel in het Jodendom, het Christendom en de Islam het beeld van de vrouw als oorzaak van alle ellende beschrijven. Caroline schrijft dit erover: “In Eva worden geboorte, seksualiteit, sensualiteit, en zondebesef met elkaar verbonden. Zij heeft het allemaal in gang gezet.”

Iemand noemt het uniek dat Paulus in Galaten 3: 28 zegt  “er zijn geen Joden of Grieken meer , slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus Jezus.” Ja, dat is een prachtig beeld.

En Navid Kermani schrijft in zijn boek Goddelijke kunst bij het schilderij van Stefan Lochner, De moeder Gods in het rozenprieel:”Ibn Arabi, de grootste meester van de islamitische mystiek, ging zover te beweren dat de aanschouwing van God in de vrouw het meest volmaakt is”.

Het heeft allebei niet geholpen.

Wie er die avond niet is geweest, kan wellicht Roely vragen het boekje nogmaals af te drukken. Zeer lezenswaard. En wat mij betreft, het smaakt naar meer om Koranverzen en Bijbelgedeelten zo naast elkaar te lezen en erover in gesprek te gaan.

Mannie Hovenkamp

Terugblik (2): Lezing Reint Wobbes over de Weem van Huizinge, 21 oktober 2021

Er was erg veel belangstelling voor de lezing van Reint. Zo kwam het dat deze op het laatste moment moest worden verplaatst van t Ol Schoultje naar de kerk. 
Een prima oplossing, want een plek die goed aansluit bij het onderwerp en de brede historische inleiding waarin hij het onderwerp inbedde en illustreerde met prachtige dia’s. Vanaf de intrede van het christendom in ons gebied, de bouw van de eerste kerken, opeenvolgende bouwstijlen, de positie van de predikant in de kerk tot en met de functie en het karakter van de weem van Huizinge.

Het is natuurlijk niet mogelijk om het geheel samen te vatten. Ik noem hier een paar fragmenten, losse dingetjes, aardigheidjes:

Reint begon zijn lezing met intrede van het christendom in onze regio. Liudger die in Helwerd (zie foto) , tussen Rottum en Usquert, de blinde bard Bernlef genas van zijn blindheid. Een ‘magische plek’ volgens historicus Fik Meijer met wie Reint ooit op stap was.
In het begin rond het jaar 1000 hadden de dorpen hun kerkje gebouwd als houten geraamte, opgevuld met leem en twijgen. Kerkjes die met enig geluk een jaar of 70 mee konden en dan weer opnieuw opgebouwd werden. Het gebruik van stenen ‘stiepen’ onder de staande palen verdubbelde deze leeftijd overigens al. Maar de huidige, stenen, kerk van Huizinge staat al 700 jaar overeind. Bijzonder is dat de kerk qua bouw eigenlijk een zusje is van de kerk van Westerwijtwerd, met het verschil dat in Huizinge tijdens de bouw besloten is om het gebouw anderhalve meter hoger te maken. Wat een verschil in ruimtelijke ervaring!

de kerkboerderij met links het verdwenen voorhuis

Als Reint en Martha al in 1953 in Huizinge gewoond zouden hebben, dan zou de oude weem nu misschien nog naast de kerk staan. Het destijds nog bestaande middeleeuwse voorhuis van deze pastorieboerderij, met muren van bijna een meter dik, werd in 1953 helaas afgebroken. Er was toen nog geen Stichting Oude Groninger Kerken om voor haar behoud te vechten en ook niet iemand als Henk Helmantel, die woont en exposeert in de door hem zelf gereconstrueerde oude weem van Westeremden. Een weem is een pastorieboerderij, in eigendom van de kerk. Het was vroeger gebruikelijk dat de predikant ook boer was. Een aanstelling als predikant in Huizinge was bepaald niet slecht: er werd goed betaald en de predikanten bleven er ook graag lang staan. Soms meer dan 50 jaar! Sinds de afbraak van de oude weem staat er op dezelfde plek onze kerkboerderij, die nog volop in agrarisch bedrijf is en met kerkenland verpacht wordt aan en in de goede handen is van de familie Westing.

Een boeiend en rijk verhaal over onze directe geschiedenis, zoals eigenlijk alleen Reint dat kan vertellen!

Frank Colstee

Terugblik (1): Overtocht der dode zielen

Verslag van de eerste winteractiviteit op 27 september 2021

Geen mooier begin denkbaar van het nieuwe seizoen van de Huizinger Winteractiviteiten, dan deze avond, waarop Kees Reinders ons het verhaal vertelde van de Overtocht der dode zielen.
Buiten was het donker, het klaarde wat op na een kletterende regenbui, de eerste sterren werden zichtbaar. En wij waaiden een voor een de Paardenstal binnen.
Door die deur gaan, de smeedijzeren ring in je hand voelen draaien, de lange smalle tafel zien en het warme licht dat op vertrouwde gezichten valt – dat is al genoeg om te ervaren hoe verleden en heden moeiteloos samensmelten. Maar als je dan ook nog zo’n rasverteller als Kees Reinders in je midden hebt…!
Met zorgvuldig gekozen woorden, en in het fraaie Hogelands waarop hij het patent heeft, schetste hij hoe vroeger volksverhalen mondeling werden doorgegeven. Niet opgeschreven, niet voorgelezen – dat hoort niet. Onthouden, eventueel versieren met je eigen toevoegingen, maar de kern moet hetzelfde blijven.  
En zo zaten wij ademloos als kinderen te luisteren naar de geschiedenis die van Denemarken tot Texel verteld wordt, over de voerman die ’s nachts niet mocht omkijken naar zijn zuchtende en steunende vracht. En over de schipper, die de ene nevelsliert na de andere in zijn ruim zag afdalen. Houd de poolster links van de mast, dat was zijn opdracht. Leg aan bij het Witte Eiland. En je beloning zal bestaan uit een leren buidel met achtentachtig zilveren munten. En eentje van goud, die komt van de duivel op zijn pikzwarte schip.
Wat schrokken we van de krijsende vogelroep die ineens ontsnapte aan de mond van de verteller. En van de felle blik in de ogen van de geheimzinnige, naamloze koopman, met zijn glimmende schoenen waaraan geen aardse modder bleef kleven. 

Zo te kunnen vertellen dat je gehoor die ogen voor zich ziet, dat zuchten van de zielen hoort, de boerenkar hoort kraken, de onrust voelt van de paarden wier oren alle kanten opgaan – dat is een zeldzame gave. Grote bewondering voor Kees!

En dank aan Betty, die deze prachtige avond organiseerde.

Barbara de Beaufort