Schilderijen Michael Reynolds (deel 8)

De kroning van de maagd Maria.

Dit schilderij is het laatste van de 10 die Michael Reynolds gewijd heeft aan de glorieuze mysteriën. Of hij dit schilderij ook als laatste ervan gemaakt heeft, dat weet ik niet, maar duidelijk is dat dit schilderij in nauw verband staat met het negende in de serie, de ten hemel opneming van de maagd Maria.  Zo zien wij centraal in beide de Heilige Geest in de vorm van een duif. Ook zien wij in beide schilderijen hetzelfde kleed, het kleed waarop Maria knielt of ligt. Het tiende is de voortzetting van het negende.

Dat kleed en de figuren daaromheen intrigeren mij. Anders dan op de twee schilderijen over de hemelvaart klampen deze figuren zich niet vast aan dat kleed, maar leggen er de vlakke handen op. Het lijkt wel of zij zo de plooien – die onwillekeurig ontstaan als een kleed wordt uitgespreid – zojuist hebben gladgestreken. Het uitspreiden van een kleed is een daad van verering en respect voor diegene die daarna dat kleed zal betreden. Denk aan wat verteld wordt over de kleden waarop Jezus naar Jeruzalem reed. De plooien eruit strijken is dubbel op: dat gebaar getuigt van het hoogste respect.

Centraal in de afbeelding is de kroning van Maria door haar eigen kind.  Maria is, net als in de vorige schilderijen, in het zwart gekleed, gebogen en de ogen neergeslagen. Bovendien: hier knielt zij. Wat je verwacht in afbeeldingen van kroningen is dat inderdaad de te kronen persoon knielt zoals hier, en de kronende figuur staat. Hiermee wordt het verschil in statuur tussen deze twee uitgebeeld. Je verwacht dus dat Jezus zou staan, maar dat doet hij niet: hij blijft zitten. Het tafereel krijgt daarmee iets gewoons, alsof het niet zo ter zake doet.  En dat klopt ook wel: kijk maar naar de taal van de handen. De linkerhand van Jezus zoekt de hand van zijn moeder en die trekt haar hand niet terug. Jezus kijkt ook niet naar de kroon in zijn rechterhand, maar naar de hand van zijn moeder. Hij zoekt haar, hij wil opnieuw contact met haar maken. De kroning, het eerbetoon, dat komt op de tweede plaats.

Zoals ik al eerder schreef is niet Jezus, maar Maria de hoofdpersoon in de tien schilderijen van Reynolds. Zij, gebogen, in het zwart gekleed en met haar naar binnen gekeerde blik, zij is de stille kracht achter de figuur van Jezus. Zij droeg hem de wereld in, gaf hem weg en deed afstand van hem, zodat hij de ruimte kreeg om te worden de mens naar wie God verlangde. Wat Jezus haar geeft is de kroon op haar werk. Loslaten is voor een mens moeilijker dan verwerven. Hoewel het herstel van de relatie tussen moeder en kind denk ik het belangrijkste is, denkt Reynolds zeker niet licht over het eerbetoon en de erkenning van het leed dat spreekt uit het toekennen van die kroon. De herinnering aan het leed wordt opgeroepen door het kruis dat de rugleuning vormt van de zetel waarop Jezus zit.  De eerbied blijkt uit de manier waarop hij die kroon heeft afgebeeld. Pas als je hem van dichtbij bekijkt zie het: de kroon is niet vlak op het doek geschilderd, maar boven op het doek, hij heeft reliëf. Het is geen afbeelding van een kroon, maar een echte! Dit is uniek: nergens anders bij mijn weten heeft Reynolds dat gedaan.

De aard van de schilderstijl die Reynolds koos voor de serie brengt met zich mee dat de toeschouwer buitenstaander blijft. De afgebeelde personen zijn bezig met de gebeurtenissen binnen het schilderij, zij richten zich niet tot de toeschouwer. Er zijn twee uitzonderingen: in het schilderij van de opstanding kijkt Jezus de toeschouwer aan en zegent hem of haar. En in dit laatste schilderij: daar zien wij rechts onder een van de talrijke gebochelde toeschouwers niet kijken naar Jezus of Maria, maar naar ons, toeschouwers. Zou dat, naar goede middeleeuwse gewoonte, niet Reynolds zelf kunnen zijn? En wat zeggen dan zijn handen? “Ik ben schilder, geen kunstenaar! Als het klaar is, dan ben ik ervan af!”

Ten slotte. Alle tien de schilderijen die Reynolds aan de glorieuze mysteriën gewijd heeft vind ik mooi en ook intrigerend, vooral om wat al die gebochelde figuurtjes doen, waarom ze er zijn. Maar de kroning van Maria ontroert me. Omdat het een verbeelding is van een diep verlangen dat in mij leeft. Dat God uiteindelijk dan toch het leed erkent dat wij mensen elkaar en onze wereld aandoen.

Egbert Smit.

G 446 : Land van Martje

‘Toen van Johannes’

In Huizinge, ligt een kavel van de kerk, bij het kadaster beter bekend onder kavel G446.

Dit perceeltje, dat Martje Star een paar jaar heeft gehuurd, zal worden voorzien van bloemenzaad door Huizinger hovenier Jacob van Wolde, zodat er een leuke permanente bloemenweide ontstaat.

Toentertijd had Martje een bord op de kavel gezet met daarop de naam: Landje van Martje.

Inmiddels is de huur opgezegd en daarom heeft de kerkenraad een ‘prijsvraag’ uitgeschreven zodat een ieder die dat wilde een naam in kon dienen.

In de kerkenraadsvergadering van afgelopen woensdag heeft de kerkenraad na rijp beraad en het tellen van de stemmen een naam gekozen: ‘Toen van Johannes’ is het geworden.

Schilderijen Michael Reynolds (deel 7)

Maria Hemelvaart ?

Je zult als rechtgeaarde protestant maar een stukje moeten schrijven over Maria’s hemelvaart. Maar ja, we zouden over die hele serie schilderijen in onze kerk wat zeggen, over de vijf ‘joyous mysteries’, waar Maria heel duidelijk in voorkomt (de vrouw in het zwart, met een ‘bedekt’ hoofd; bij de twaalfjarige Jezus in de tempel zie haar net binnenkomen), en over de vijf ‘glorious mysteries’ (waar ze op drie van de vijf voorkomt; heel grappig op Pinksteren staat ze daar in de kring van de discipelen, en op de laatste twee is zij de hoofdpersoon).

Om te beginnen is er iets wonderlijks met die ‘assumption of the virgin’. Die uitdrukking wordt vaak vertaald met de ‘hemelvaart van de maagd’, maar vreemd genoeg is het een ander woord dan bij de ‘hemelvaart’ van Jezus. Daar vind je het woord ‘ascension’, en dat betekent echt zoiets als ‘omhooggaan’, en zo is het dan ook door Michael Reynolds uitgebeeld. Maar ‘assumption’ betekent in de eerste plaats iets als ‘aanname’ (zelfs ‘veronderstelling’), vandaar Maria’s aanname in de hemel, zij is eerst met haar ziel, maar vervolgens ook met haar lichaam in de hemel aangenomen. Op het schilderij van Reynolds lijkt het wel of haar lichaam in een prachtig goudbrokaat kleed wordt ingepakt, waar ze dan in de hemel uitgepakt wordt, waarna ze wordt gekroond.

Met de wat je gerust de ‘vergoddelijking’ van Maria kunt noemen is het een tamelijk lang verhaal. Bij het concilie van Efeze (431) krijgt Maria de titel ‘Moeder Gods’. En daarna komt de Mariaverering pas echt op gang. Vanaf de zesde eeuw verschijnen er theologische geschriften die zich met de ‘Mariologie’ bezighouden. Onder invloed van allerlei apocriefe teksten en volkslegenden wordt vanaf de achtste eeuw de term ‘tenhemelopneming’ voor Maria gebruikt. Maar pas in de negentiende eeuw dringt men er binnen de (Rooms) Katholieke kerk op aan dit ook in een dogma vast te leggen. En dat is gebeurd (in 1950!) onder paus Pius XII, waarbij is vastgelegd ‘dat de onbevlekte moeder Gods, altijd maagd Maria, na het voltooien van haar aardse levensbaan, met lichaam en ziel tot de hemel is opgenomen’. Het in de volksmond gebruikte ‘Maria hemelvaart’ is dan ook niet juist, omdat Maria niet zelf ten hemel steeg, maar door God in de hemel werd opgenomen. In de Oudkatholieke kerk en in de Oosterse (de Orthodoxe) kerken heet dit feest de ‘Ontslapenis van de Moeder Gods’, en daar kennen ze geen dogma van de ‘tenhemelopneming’.

Nog een kleine nabeschouwing. ‘Moeder Gods’, wij hebben bij zo’n term misschien wel de neiging onze schouders op te halen. Maar wat lezen we in Lukas 1, als Maria, nadat ze zwanger is geworden, naar Judea reist? Ze komt in het huis bij Zacharias, en dan zegt Elisabeth ‘met een luide stem’: ‘Gezegend ben jij onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van je schoot. En waaraan heb ik dit te danken, dat de moeder van mijn Heer tot mij komt?’ Voor haar is Maria ‘de moeder van mijn Heer’. Dat is in de katholieke traditie wel wat uit de hand gelopen, maar ook voor deze protestant blijft er stof tot nadenken.

Andries Visser

Over kosmologie

column Karel van Hoestenberghe

De lente dient zich voorzichtig aan in maart. Tijd om eenjarigen te zaaien in bakjes in de kas. Om ze in mei uit te planten. De hele zomer en lang daarna zullen ze groeien en bloeien, die plantjes met een veelbelovende naam, cosmos of cosmea. Ze kiemen snel en kleuren dan in groepjes onze tuin, ook boerenhoven in de buurt. Sommige akkers zijn omzoomd met partijen cosmos, een feest van rood en blauw en wit. Het woord cosmos staat voor schoonheid zoals in cosmetica.

Maar het woord verwijst ook naar iets dat groter is dan een veldje schoonheid. Het betekent ook het heelal, ons totale zonnestelsel, en nog veel meer sterrenstelsels daar omheen. Een oneindige, nauwelijks te bevatten ruimte. Kosmologie met een k is de wetenschap die dat bestudeert, deze stelsels, sterren, melkwegen. Talloze vragen zijn aan de orde. Was er een begin, zo ja, hoe zat dat precies? Zal het verder uitdeinen, of inkrimpen misschien?

In zijn boek “De oude prof en de zee” doet de Vlaamse emeritus hoogleraar Mark Eyskens een gewaagde stap. De oude prof zoekt samen met een jonge promovenda naar het verband tussen kosmologie en theologie. De onzekere stap van het heelal naar God, daar gaat zijn boek over. 

Godsdienst is een erkenning van een alles overstijgende werkelijkheid, de zoektocht naar een scheppende kracht achter de kosmos. Anderzijds doen de astronomen en kosmologen hun studies, ze onderzoeken al die krachten op basis van feiten, observaties, berekeningen, los van geloof en religie.

Eyskens erkent dat het dus best spannend is, die zoektocht naar het mogelijke  verband tussen beide, of en hoe en waar geloof en wetenschap elkaar kunnen vinden.  De wisseling van gesprekken, nota’s, e-mails tussen de prof en de jonge studente in het boek zijn een uitgebreide uitnodiging om verder na te denken over de vele vragen omtrent de eventuele verbinding of  tegenstelling tussen kosmologie en theologie.

Monotheïstische religies bieden een sluitend antwoord op de openstaande vragen over begin en einde. Er is één God, de schepper van hemel en aarde. Alfa en Omega hebben zich aan ons bekend gemaakt, in de bijbel, de thora, de koran. En toch, erkent de prof, het is zeer complex, het zijn wel twee werelden, wetenschap en religie, kosmologie en theologie. Ergens in zijn boek biedt hij een antwoord op de tegenstelling. Hij noemt dat de complementaire dualiteit. Volgens hem sluiten ze elkaar niet uit, ze zijn allebei een zoektocht. De materie  en de kosmologie enerzijds en de geest en de religie anderzijds, hoe verschillend ook, ze horen bij elkaar.

Wat denk ik ervan? Wat begrijp ik van de kosmos? Van kosmologie weet ik eigenlijk niets. Van theologie trouwens ook niet, god zij dank. Of de vragen en het antwoord van de  prof zinnig zijn of niet, ik weet het echt niet.

Maar ik weet wel iets over cosmos, over die schoonheid in onze tuin. Een zaadje in maart. Dan een plantje. Bloemen in augustus. En dan plots in november bij de eerste vorst is het uit, gedaan. De plant sterft. De zaden vallen op de grond. Wachtend tot het weer lente wordt. Leven en dood, hoe verschillend ook, ze horen bij elkaar. Die complementaire dualiteit, daar kan ik wat mee.

Karel van Hoestenberghe

Rondje om de kerk

van de redactie van de nieuwsbrief

De vakantie breekt aan. Ongetwijfeld gaan er mensen nog even tussenuit. Misschien een stedentripje of naar de camping. Of een fietsvakantie. Wellicht bezoekt u een prachtige kerk, kathedraal.

Het zou heel mooi zijn, als u dat doet, dat u er een fraaie foto van maakt en deze naar de redactie van dit blad mailt. Uiteraard voorzien van een toelichting. We kunnen dan voor het
septembernummer er een mooie
compilatie van maken.

mailadres: scribaat@kerkhuizinge.nl

Land van Martje

Wie bedenkt de naam?

In Huizinge, ligt het ‘Land van Martje’, bij het kadaster beter bekend onder kavel G446.

Dit perceeltje zal worden voorzien van bloemenzaad door Huizinger hovenier Jacob van Wolde, zodat er een leuke permanente bloemenweide ontstaat. Henk Vels is bereid gevonden het snoeien van de heg, wat jaarlijks twee of drie keer per jaar moet gebeuren, te coördineren. En boer Arent Westing gaat er, als het zover is, paden doorheen maaien.

Maar nu komt het: hoe moet dit landje gaan heten? Wij, als kerkenraad, hebben wel een aantal ideeën, daar niet van, maar de gemeenteleden vast ook. Tot 3 juli 2022 kunt u de namen doorgeven aan Roely van Leeuwen: scribaat@kerkhuizinge.nl . Op 6 juli vergadert de kerkenraad weer en dan zal de winnaar bekend worden gemaakt.

Uit de kerkenraad

Wederom een kort verslag van de kerkenraad. We zijn op donderdag 2 juni bijeengeweest.
We lopen richting ons zomerreces dus bespreken we wat van belang is.
De ingekomen post wordt behandeld.
De notulen van de vorige vergadering worden doorgenomen. Af en toe moet er eens een zin worden aangepast en zaken naar aanleiding van de notulen wordt besproken.
Arie de Leeuw en Anja Diesemer hebben de Paaskaars van vorig jaar ontvangen. Ze zijn er erg blij mee.
Zaken rondom herstel van aardbevingsschade in de kerk worden besproken.
Een vast punt op de agenda is ook de kerkboerderij. Daarover is op het moment van dit schrijven niet zoveel nieuws. U weet het, zodra er wat te melden valt, dan hoort/leest u dat.
De dienst op Pinksterzondag wordt doorgenomen. We bespreken wie wat moet doen, het is immers ook een avondmaalsdienst.

We spreken over een mogelijke aanschaf van een nieuwe printer of dat we overgaan tot het gebruik van liedboeken. De laatste tijd blijven er heel veel liturgieboekjes liggen. Ik probeer zo zuinig mogelijk te printen en desondanks hebben we veel boekjes over. Worden ze weer teruggelegd? Is de animo hiervoor wat minder aan het worden? We besluiten een paar week voor de najaarsvergadering een soort van zondagsbrief te maken. Het betekent dan dat u het liedboek meebrengt en als u de schriftlezing mee wilt lezen daarvoor ook een bijbeltje meebrengt. U wordt hier tijdig van op de hoogte gebracht. Dit is alvast een vooraankondiging.

De vakanties worden doorgenomen en waar nodig is het preekrooster aangepast.
We spreken over Kavel G446, het perceeltje waar Martje zich een paar jaar over heeft ontfermd. Elders in deze nieuwsbrief meer informatie hierover.

En dan is het zomaar weer 22:00 uur. De kopjes worden afgewassen, afgedroogd en weer opgeruimd in de kast. De lichten gaan uit, deur op slot en we keren weer huiswaarts.
Een groet namens de kerkenraad

Roely van Leeuwen

Hemelvaart

Dauwtrappen in Huizinge

Dit stukje is geschreven door Ada en Hanna, samen met hun oma Caroline (Lemmens).

Een week voor Hemelvaart stuurde oma (Caroline) een appje naar Ada en Hanna, om te vragen of ze zin hadden om te komen logeren en mee te gaan met dauwtrappen op Hemelvaartsdag.
Dat wilden ze wel. We probeerden het te bedenken, maar we weten niet hoeveel jaar we al samen met opa, en (hond) Arie meegaan.
We bedenken wat we er leuk aan vinden:
Het is gezellig en je wordt er lekker wakker van. Het landschap is mooi. We zagen koeien huppelen en eentje loeide en toen loeide Hanna terug.
Evert, de hond van Reint, probeerde paardje, de knuffel van Hanna, op te eten. Gelukkig heeft hij (het paardje) het overleefd, Hanna beschermde hem goed.
Het eerste stuk, door de weilanden, mochten we niet praten, zo was dat afgesproken, maar de voorsten hadden dat zeker niet gehoord, want ze liepen gewoon hard te praten. Hanna vindt het heel moeilijk om lang stil te zijn. Het lukte tot vlak voor het einde van het stilte-stuk. Vlak voor we op het asfalt van de weg waren kon ze zich niet meer in houden. Toch een hele prestatie voor een meisje dat zo graag alles wat in haar hoofd komt wil delen. Het praten ging zo goed, dat we al gauw met hun namenspel bezig waren. Mannie liep naast ons, en aan de hand van haar naam leggen we het uit: Milde Aardige Nooit-Nietsdoende Intelligente Engel. Zo verzonnen we op al onze dierbaren mooie beschrijvingen aan de hand van de letters van hun naam.
Het was heerlijk zonnig, dat was lekker bij het wandelen. We waren niet eens erg moe na een uur, dus we hebben nog een extra halfuur doorgelopen.

Het ontbijt in de kerk stond klaar toen we binnenkwamen, maar we moesten nog een poosje wachten op andere mensen. Evert bleef proberen om paardje te pakken te krijgen. We hadden Hinrick al de hele tijd gemist, nu kwam hij binnen. Hij vond het nieuws waarmee zijn wekkerradio hem om 6 uur gewekt had zo vervelend, dat hij hem uitgedrukt had, en weer heerlijk ingeslapen was. Daarom hebben we geen foto’s van de wandeling, want oma had haar telefoon niet meegenomen, in de overtuiging dat Hinrick altijd foto’s en filmpjes maakt.

Column

Vakmanschap

De afvoer van de gootsteen lekte. Ik was al vaker bezig geweest met pogingen om hem te repareren, maar het lukte me niet om te ontdekken waar het probleem zat. Op den duur kwam ik er achter. Ik zag druppels water komen uit de verbinding tussen de afvoer en het overlooppijpje. Het viel nog niet mee om dat allemaal uit elkaar te halen, steviger vast te draaien en weer in elkaar te zetten. Maar het lukte! Ik was best trots op mezelf. Helaas bleek het lek daarmee niet gedicht.
Ik belde een installateur. Hij had zeker tot aan de bouwvak geen tijd, en stelde me niet echt gerust met de mededeling dat dat voor al zijn collega’s gold.
Het volgende bedrijf dat ik belde, het was op vrijdag, excuseerde zich dat het pas maandag zou lukken. Hij kwam die maandagmorgen. Ik bood hem koffie aan. “Eerst maar eens kijken hoe ernstig het is.” Hij bekeek de afvoer, schroefde de bovenkant uit elkaar, lachte wat en zei: “Doet u maar koffie.” Hij had het al gezien en had het zo voor elkaar. Mooi, als er een vakman naar kijkt!
Ik las een stuk over Ramses Shaffy en dat zijn muziek uitgegeven zou worden. Een hele klus, want Shaffy kon geen noten lezen, en schreef de muziek dus niet op. Dat was lastig toen hij optrad in een circus. In de krant stond dat zijn liedjes “op de plank bleven liggen, omdat het meereizende orkestje ze te moeilijk vond.” Ook bij het Songfestival in Knokke “wist het orkest weinig te beginnen met zijn grillige composities”. Ik las het met stijgende verbazing. Je kan zo’n orkest moeilijk kwalijk nemen dat het de muziek niet kan spelen, als die er helemaal niet is. Hoe zouden ze dat moeten doen? Op het gevoel een beetje voor het vaderland weg tetteren? 
Ramses was een grote, maar het is vreemd dat je niet in staat bent je eigen composities te noteren. Wie er iets mee wil moet dus een opname afluisteren en proberen zo uit te vogelen hoe de muziek in elkaar zit. Het lijkt een beetje op een dichter die niet kan schrijven. Hoe kan zo iemand ooit zijn gedichten publiceren? Voorlezen aan iemand die wél kan schrijven?
Ooit hadden we op de muziekschool een voorstelling met een Groninger zanger. Hij leverde zijn liedjes aan, ingespeeld op een bandje. Mij werd gevraagd er arrangementen van te maken. Mooi werk, maar niet als je eerst eindeloos moet luisteren om er achter te komen wat er precies gebeurt qua harmonieën. Het zou een stuk efficiënter werken als hij in ieder geval de akkoorden had weten te benoemen die hij uit zijn gitaar toverde. Maar dat zat er, net als bij Ramses Shaffy, niet in.
Ik hou van mensen die hun vak verstaan. Zoals de installateur die onze afvoer repareerde. Maar ik vind het ook prettig als de buschauffeur verstand van zaken heeft, en dat geldt ook voor de  tandarts en de hartchirurg, om maar eens wat voorbeelden te noemen. Als het werk er echt toe doet hebben we liever geen amateurs aan het roer.
In sommige kerken heb je de ‘preek-van-de-leek’. Bij gebrek aan voorgangers moet je wel eens wat. Maar als een willekeurig gemeentelid op de kansel staat, terwijl de dominee in de kerk zit, schiet je toch je doel voorbij lijkt me. Hoe serieus neem je je preek dan? En de organist? Doet diens vakmanschap er dan nog wél wat toe?

Kees Steketee

Schilderijen Michael Reynolds (deel 6)

Aan de zuidmuur van de kerk hangt een reeks van tien schilderijen over het leven van Maria van de Engelse kunstenaar Michael Reynolds (Brighton 1933 – Groningen 2008), die ooit ook enige tijd in Huizinge woonde. Voor de nieuwsbrief vroegen we onze voorgangers een schilderij van hun persoonlijke commentaar te voorzien. Barbara de Beaufort  bespreekt het zevende schilderij: de Hemelvaart van Jezus. (In een video op YouTube geeft Egbert Smit uitleg over de hele serie.)

De Hemelvaart van Jezus

Wat een merkwaardig schilderij is dit. Om allerlei redenen.

Ten eerste om hoe de tenhemelvarende Jezus eruitziet. Reynolds beeldt in deze serie zijn personen anders af dan hoe echte mensen eruitzien, maar in dit schilderij maakt hij het wel heel bont. Als je je in gedachten Jezus’ lichaam onder dat witte hemd probeert voor te stellen, zie je dat het veel te kort is: er is eigenlijk alleen maar ruimte voor een hoofd en benen. Een beetje zoals een kind een mens tekent, een koppoter dus. De voeten die onder zijn kleed uitsteken zijn dan weer heel precies geschilderd, dus Reynolds weet heus wel hoe een menselijk lichaam in elkaar zit. Maar blijkbaar doet dat er niet toe, gaat het daar niet om.

Een andere mogelijkheid is dat Jezus onder zijn hemd zijn knieën heeft opgetrokken. Dan zou hij er wel helemaal in passen. Maar ik zie geen bobbels van knieën.

Wat ik ook vreemd vind is dat Maria er niet op voorkomt. Als je de hele serie bekijkt, is het duidelijk dat het om het leven van Maria gaat. Ze is op alle schilderijen afgebeeld, behalve op die van de Opstanding en van Jezus’ Hemelvaart. Is dat omdat ze in de bijbel niet met name genoemd wordt bij deze gelegenheden? Maar Reynolds fantaseert er sowieso van alles bij. Waarom hier dan niet?

Ook bijzonder is dat Jezus op een soort vliegend tapijt opstijgt, en niet zoals meestal op een wolk (‘Op een witte wolkenwagen/ werd de Heer van d’aard gedragen…’). Of is dat de kerkvloer onder hem?

Wat me het meeste treft, is dat Jezus hier niet vanuit aards perspectief wordt afgebeeld, dus niet vanuit de achterblijvers die hem op zien stijgen, of vanuit iemand die het tafereel vanaf een afstand bekijkt. Maar we zien hem van bovenaf, vanuit hemels perspectief. Vanuit iemand die hem opwacht. Dat kan alleen maar God zijn, zijn hemelse Vader.

Dat kan niet, natuurlijk, dat wij Jezus vanuit de hemel zien, want wij zijn bij uitstek de aardbewoners die hem moeten missen. Maar juist hierdoor wordt dit schilderij troostend voor mij. Hoewel wij hem moeten laten gaan, is er ook iemand die hem dichterbij ziet komen.

Na alle verschrikkingen van de Stille Week en de kruisiging (die Reynolds, heel opvallend, weglaat uit zijn serie – we gaan zomaar hop van de twaalfjarige Jezus naar de Opstanding – maar als er nu één belangrijke gebeurtenis was in het leven van Maria, dan was dat toch wel de dood van haar zoon?) goed, na al die weggelaten verschrikkingen dus verdwijnt Jezus niet zomaar uit ons zicht, in de onbestemde verte, ins Blaue hinein.

Nee, hij wordt ontvangen door zijn Vader, zoals hij altijd heeft geprobeerd te geloven. Die kijkt naar hem uit, zoals de vader in de gelijkenis van de verloren zoon ook op de uitkijk staat, zijn armen alvast wijd geopend.

Barbara de Beaufort