Stoplichten in het dorp

Als ik denk aan vroeger, moet ik altijd denken aan dat liedje van Gerard Cox, Toen was geluk heel gewoon. Vroeger was er hier drukte in het dorp. Er was een kuiperij, een petroleum- en kolenboer, een bakker, een kroeg, een smidse (is er nog). Nog veel eerder was er een telefoniste die de verbindingen tot stand bracht bij degene die al een telefoon hadden. De bus stopte hier vier of vijf keer per dag. Kortom reuring.
Toen wij, Harry en ik, hier kwamen wonen in 1978, was er van de kuiperij, de bakker, de kroeg en de telefoniste niks meer over. Het was een beetje een slaperig, dorpje. Forensendorp. In die tijd konden de kinderen nog spelen op straat want zoveel verkeer was er niet.
De bus door het dorp kon niet meer uit en is ook al jaren uit het straatbeeld verdwenen. Heden ten dage is alleen de brievenbus overgebleven.
En daarmee wil ik helemaal niet zeggen dat er in het dorp niks meer te doen is hoor. Verre van. Landbouwmechanisatiebedrijf Ten Berge is uitgegroeid tot een enorm bedrijf. Dat geeft een andere reuring. De machines worden groter en groter. Als je naast de allergrootste trekker staat, dan voel je je best een beetje nietig. Je moet zo’n exemplaar maar tegenkomen op de E.L. Ubbensweg. Ik rijd denk ik pardoes de sloot in. Je kunt dan immers geen kant meer op.
Vanaf augustus vorig jaar wordt er druk gewerkt om het elektriciteitsnet te verzwaren. En ook dat geeft weer reuring. Er is ondertussen een nieuwe PACO (elektriciteitskast) geplaatst in de bocht van de E.L. Ubbensweg.

Een gedeelte van de Hoofdweg ligt nog open. Bij het verschijnen van deze Nieuwsbrief is dit trouwens al dicht en wordt er verder gegraven aan de Hoofdweg. De Torenstraat komt nog aan de beurt en op het pad naar de kerkboerderij is er ook van alles gaande.
Om dit qua verkeer in goede banen te leiden zijn er, jawel, DRIE stoplichten geplaatst. Eén op de E.L. Ubbensweg, één op de Smedemaweg en één op de Hoofdweg. Als je het slecht treft, moet je minstens zes minuten wachten eer hij weer op groen springt.
En dan te bedenken dat ons huis 50 meter verderop staat en dat je dan best de neiging hebt om toch door rood te rijden…
We kunnen stellig zeggen dat er niet veel mensen zijn die zich aan die stoplichten houden. Ook kerkgangers niet. Maar dat moet een ieder voor zich weten hè. Het is trouwens een dure grap, mocht je daaromtrent toch worden aangehouden.
Als er door de week met groot materieel wordt gewerkt in de straat, zijn er verkeersregelaars om het verkeer in goede banen te leiden. Soms overdrijven ze een heel klein beetje, want ook voetgangers worden dan tegengehouden.
De afgelopen weken was het zo verschrikkelijk koud, dat hebben we allemaal geweten. De mensen die buiten aan het werk zijn ook. Ze waren blauw in het gezicht van de kou.
De bouwkeet staat bij ons achter het huis. Elke week breng ik een pan soep. Het wordt in dankbaarheid aanvaard. Er gaat gerust zo’n vijf tot zes liter soep doorheen. Met een paar man hè. Ik denk wel eens dat er wat overblijft, maar nee, alles gaat schoon op. Of ik breng eens wat lekkers bij de koffie.
Komende week maak ik een pan tomatensoep. Maar nu ben ik wel zo slim om voor ons tweeën er ook een kop uit te halen. Want dat lusten wij natuurlijk ook.

Roely van Leeuwen