Canon begeleiden

Klaas Bolt (1927-1990) was een organist die een zingende gemeente vergeleek met een vrijuit stromende rivier. Het water stroomt waar het wil. Je kunt het wel een bepaalde kant opsturen, er een soort van kanaal van maken, en dan stroomt het vast efficiënter, maar het wordt er allemaal niet mooier op. Je moet de zang de kans geven zijn eigen weg te vinden. En hij vond het de taak van de organist om te zorgen dat de zaak dan niet buiten de oevers zou treden.
Afgelopen zondag had ik, als gastorganist, een bijzondere ervaring. We zongen Psalm 23, waarbij de tweede regel begint met vijf halve noten achter elkaar. Ik speelde, stom, niet uit het hoofd, maar wel kennelijk ongeconcentreerd, drie halve noten en daarna twee kwarten. De gemeente zong, wel enigszins aarzelend, gewoon mee met mijn foute begeleiding. Ik had het zelf niet eens gemerkt, maar een collega organist die vermomd als kerkganger aanwezig was wees me er op.
Bij het derde couplet wilde ik in canon met de gemeente spelen. Ik doe dat wel vaker: bij sommige psalmen en ook gezangen gaat dat heel mooi, mede ook dankzij de rusten tussen de regels. En als het niet naadloos past, lukt het vaak wel met een enkele wijziging in de achteropkomende melodie. In Huizinge werd ik laatst Kees Canon genoemd.
Ik was van plan de canon, vanwege de ingetogen tekst, pas vanaf de vierde regel te starten. Maar toen ik de zingende gemeente begon te imiteren zakte de zang helemaal weg. Ik schrok en schaamde me diep: door mijn canondrang raakten de mensen letterlijk van de wijs. En ik dacht aan Bach, die ooit op zijn kop kreeg omdat hij met zijn “wonderlijke variaties en vreemde tonen de gemeente in verwarring had gebracht…”
Achteraf bleek de vork iets anders in de steel te zitten: de gemeente zong de psalm vanaf het scherm naast de kansel. Maar halverwege het canon-couplet ging er iets mis. Het plaatje bleef staan op de eerste helft van het couplet. Het enige wat je daarna nog hoorde waren een paar voorzichtig zingende kerkgangers die het lied (opvallend, het was een heel nieuwe psalmvertaling!) blijkbaar uit het hoofd kenden.
Ik ben niet dol op zingen vanaf een beamerscherm, hoewel je wel mooi recht vooruit zingt, en niet voorovergedoken in je psalmboek zit. Maar vaak staat bij elk couplet het notenbeeld, en dat helpt niet om een overzichtelijke indruk van de tekst te krijgen, ook al niet omdat niet het hele couplet (dat bleek wel!) in beeld is, maar steeds maar een paar regels. De bladzijde wordt omgeslagen, en even terugkijken is er niet bij. Ook de manier waarop de coupletten in stukken worden geknipt maakt het allemaal niet overzichtelijker. Als je Psalm 68 met zijn 4 x 3 regels verdeelt over drie pagina’s met 4 regels, ziet dat er heel vreemd uit. Ik vind ook vaak dat op die schermen het notenbeeld lelijk is. Voor een goede leesbaarheid maakt men de tekst vaak wel erg groot in verhouding met de noten. En je kan ook niet even kijken, als er een couplet wordt overgeslagen, wat voor couplet dat is, en waarom dat nou zo nodig moet worden overgeslagen! (Dat kun je trouwens met een gedrukte liturgie, zoals in Huizinge, ook niet.) Maar we zongen wel lekker!
Klaas Bolt overigens, in wiens tijd je nog je psalmboek mee naar de kerk nam, vond dat het óók de taak van de organist was om “voor zoveel mogelijk geld een zo hoog mogelijke kwaliteit te leveren”.
We doen ons best!

Kees Steketee