Pasen 2019

Van donker naar licht….

Het was weer een bijzondere ervaring de paascyclus, met als mystiek hoogtepunt de Stille Zaterdagavond.
Het licht dat uitgaat en de nieuwe paaskaars die binnengedragen wordt.

Barbara de Beaufort herinnert zich de eerste keer dat de Stille Zaterdag in deze liturgie werd uitgevoerd. Dat was in 2012.

….Weet nog wel dat de bedoeling was dat ieder na het aansteken van het licht op zaterdagavond een rondje om de kerk zou maken en dan zingend naar huis zou gaan, maar dat gebeurde niet, iedereen kwam de kerk weer in en we bleven maar zingen, voorwaar een bijzondere paaservaring. 

Elk jaar zijn er ook gasten die de hele cyclus in Huizinge meemaken.  Eén van de bezoekers stuurde een verslag van zijn ervaringen naar Barbara. Ik citeer een passage in het verslag over de stille zaterdag.

……Indrukwekkende uitbeeldingen: het kruis op het graf met lichtjes en bloemen daarbij. En de Paaswake: onvergetelijk, mooie goedgekozen liederen, prachtige zang van Gera en orgelspel van Kees en ook het koor heel mooi en intens gezongen. En dan het slot: dit vergeet ik mijn leven niet meer. Als alles duister is: eerst het vormen van een “erehaag van licht” in de kerk, waar we vervolgens al zingend doorheen naar buiten trokken, de donkere nacht in. Helaas woeien onze kaarsjes snel uit. (Maar ja, we weten dat het licht kwetsbaar is!) En dan zingend de kerk (met die prachtige oude stenen die al zoveel hebben beleefd) rond, over het kerkhof, krachtig begeleid door Kees. Wat sprekend en indrukwekkend.

En Marjoleine de Vos schreef erover in haar wekelijks column in de NRC:
In de paasnacht liepen om de dorpskerk mensen met kaarsen, ze zongen: „Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft” en het was alles wat de mensen zo vertederend maakt: mooi als ritueel, belachelijk ook, want iemand liep in het donker tegen een grafsteen op, de kaarsen van het vuur dat nooit meer dooft woeien meteen uit, maar die ijle, soms wat onvaste stemmen in de nacht die tóch beweren dat ze uit het duister, hoe diep ook, naar het licht zullen gaan – ja. Zie de mens. „Daar staan hy nou.”

Wat een rijkdom!